Stukje Fietsen, enzo…

Stukje Fietsen, enzo…
Amsterdam – Beijing (?)

Nog 1 uurtje

June 13th, 2008
  • Mensen!

    Waar te beginnen? Waar ik gebleven was is het makkelijkst, dat was in Yazd, in Iran! Dat lijkt vanuit Syrie ver weg, in tijd, niet zozeer in afstand.
    Twee weken geleden probeerde ik weg te komen, maar door ‘Heart-Rending Departure of the Great Leader of the Islamic Republic of Iran’ en de vakantie daaromheen was ik gelimiteerd in m’n keuzes. Ik nam een bus naar Kashan een klein stadje in de buurt en liep daar 2 dagen rond door gerestaureerd historische huizen en parken. Mooi, maar na het heftige India en Pakistan is Iran een beetje een saai land. De vriendelijke mensen, de schone, groene straten, de georganiseerden busstations, de nieuwe en comfortabele bussen maken het reizen minder uitdagend en intresssant.

    Ik nam zo’n bus naar Tehran en belande daar in hetzelde bed in de dorm (gedeelde kamer) als op de heenweg en na een paar uurtjes plofte Joe (de Australier waar mee ik de grens vanuit Pakistan overstak) naast me neer. Snel fabriceerden we een plan, we gingen weg uit Tehran voor de feestdagen, alles zou toch gesloten zijn. Pay (Australisch meisje) sloot zich bij ons aan. En voor we vertrokken gingen we eerst nog opweg naar de Heilige Tombe van Imam Khomeini waar z’n overlijden herdacht werd. Vreemde bedoening daar, een gigantisch hangar met met duizenden mensen, een festival sfeer, overal thee, ijs en de lucht van zweet voeten omdat de schoenen uitmoeten.

    Dezelfde middag hadden we een bus richting Qazvin, een stadje 2 uur van Tehran verwijderd waar vanuit je richting de Kastelen van de Assassins kan gaan. In de bus kwamen we mensen tegen die daar toevallig vlakbij woonden, en die regelden een redelijke goedkope taxi, tenminste dat dachten we. Maar toen we erin zaten en de rit 2 uur bleek te duren (ik bij Joe op schoot op de bijrijdersstoel) waren er van overtuigd dat we ons weer eens vergist hadden in de toman/rials. De toman is 10 rial en wordt meestal in spreektaal gebruikt, maar niet altijd, erg verwarrend! Alsnog was de rit minder dan 4 euro per persoon. We kwamen aan in een klein dorpje in de heuvels. Prachtig! We vonden onderdak bij een familie die een simpele maaltijd voor ons kookte en ‘s ochtends vroeg een ontbijt klaar had staan.

    In de mist klommen we omhoog naar het kasteel dat gebouwd is op een kale rots en zelfs met de toeristische trappen een redelijke klim is. Dit kasteel, en zo’n 50 anderen in de buurt, waren zo’n 900 jaar geleden de vestingen van de religieuze kult die leidende politieke en religieuze figurden ontvoerden vermoorden. Er is niet veel meer van over, en het onsbeloofde uitzicht werd tegengehouden door dichte en koude (eindelijk!) mist. We namen een alternatieve route omlaag die heel uitdagen bleek voor mij slippers.

    Na nog een klim in de avond om het uitzicht alsnog de bewonderen en nog een nacht bij de familie vertrokken we weer richting Qazvin. Daar vertrok Pay en besloten Joe en ik van de keuken in ons hotel gebruik te maken, om een keer geen kebab te hoeven eten. We maatken en aten samen met drie fransen een gigantische pasta.

    Zaterdag was het voor mij tijd om naar Tehran te gaan, ik zou maandag vanuit daar de trein naar Damascus pakken. Joe vertrok dezelfde dag nog om met wat tussenstoppen dezelfde kant op de gaan. In Tehran probeerde ik gelijk het reisbureautje dat m’n ticket had gereld, te bellen.
    Er werd niet opgenomen. Ik mailde ze, er werd niet terug gemaild. Zondag ochtend was het hetzelfde verhaal en ik begon het ergste te vermoeden. Na 50 telefoontjes zonder antwoord vertrok ik om het adres op hun website te zoeken. In de buurt aangekomen was het zelfs met lokale hulp onmogelijke het adres te lokaliseren, de beste gok was een bouwput. Een hele vriendelijke Kaveh liep ongeveer 2 uur met me rond en bracht me toen naar zijn huis valkbij. Wauw! Wat een prachtig huis, volledig westers ingericht en gigantisch! Ik werd achter een van de computers neer gezet en Kaveh en zijn schoonvader schakelde al hun contacten in om achter het adres van het reisbureau te komen. Ondertussen maakte zijn schoonmoeder een gigantische lunch klaar en liepen zijn schoonzusjes in westerse kleding en ongesluierd om ons heen.
    Een paar uur later gaven we op, al bleef ik onderweg naar m’n  hotel in iedere telefooncel die ik tegenkwam bellen. Maandag, de dag dat de trein ‘s avonds zou vertrekken had ik dus nog geen ticket. Ik besloot om 12 uur dan maar een busticket te kopen. Toen ik die eenmaal had bleek het reisbureau in ene open te zijn gegaan en had ik een berg emailtjes van ze. Ze waren boos op mij, ik zou niet genoeg betaald hebben en gelogen hebben over mij visum of iets dergelijks. Dat is vreemd want ik had ze een maand eerder al betaald en contact gehad emt de ambassades om visa reguleren te controleren. Ze kwamen hier nu mee aanzetten op de dag dat de trein (die 1 keer per week vertrekt en 3 dagen duurt) vertok. Ik stelde voor dat ze me het geld terug betaalden en ik gewoon de bus zou nemen. Dat was allemaal onacceptabel, maar een andere oplossing was er ook niet.  Ik kwam er niet uit met ze, en besloot het er maar even bij te laten. Het reisbureautje dat de ‘middelman’ was, was samen met mij boos en beloofde z’n best te doen mijn geld terug te krijgen.

    Zodoende begon ik die avond dus aan een busavontuur richting Syrie. Ik had een nachtbus richting Tabriz, daar kwam ik ‘s ochtends gerdbraakt aan en kocht een kopje thee waarmee ik gelijk de bus naar Maku in stapte waar om 10:30 gedeelde taxi’s naar de grens met Turkije vertrokken. Onderaan de berg bij de grens wisselde ik m’n geld en met een verlaat ontbijtje nam ik een minibus omhoog naar de grens. Daar kocht ik een nieuw turks visum en een half uurtje later zat ik in weer een ander minibusjes op weg naar Dogubayazit. Daar had ik net genoeg tijd voor een lunch voor m’n busje (zelfde route waarop ik eerder een ongeluk had) richting Van. In Van vond ik, met hulp van een ex-illegale-immigrant uit Nederland die vloeiend nederlands sprak en voor de militaire politie werkte, een goedkoop ticket dat heel Turkije doorstak. Zo zat ik die avond dus in een bus met vliegtuig achtige service naar een Turkse film te kijken met veel bloot. En zo kon ik voor het eerst sinds lange tijd alle borden langs de kant van de weg weer lezen (niet begrijpen), en zo zat ik net als de andere passagiers, op z’n westers, strak voor me uit te kijken en niet met m’n buren te communiceren.
    Na m’n tweede nacht in een bus kwam ik aan in Gaziantep blijkbij de grens met Syrie. Ontbijt sloeg ik dit keer over, Turkije is zoveel duurder dan Syrie! Ik nam een minibusje naar de grens, dacht ik. Tien kilometer voor de grens bleek de laatste stop te zijn, daar stonden taxi’s klaar. Een trap. Ik besloot een stukje het dorp uit te lopen en te liften. Twee motorritjes later stond ik bij de grens. Even spannend, zouden ze me binnenlaten? Ik werd vriendelijk welkom geheten en na wat geld wisselen en achterlaten was ik in Syrie!

    Daar stonden de taxichauffeers uitaard alweer klaar met hun belachleijke aanbiedingen, hopend dat ik geen idee zou hebben van de prijzen daar. Na m’n eerder lift succes besloot ik het weer te bpoberen, maar het was te dichtbij de taxichauffers. De eerste auto stopte gelijk, maar toen ik instapte werden de chauffeurs woest waarop ik uit moest stappen en ik op m’n beurt boos kon zijn op de taxichauffers. Ik liep 100 meter weg en de volgende wagen werd, voor hij bij mij aankwam door de chauffeurs belaagd. Toch, of juist?, stopte de auto en ik maakte duidelijk dat ik een arme student was die graag goedkoop naar Aleppo (Haleb) wilde. De man leek het begrijpen en een half uurtje later stond ik in het centrum. Daar bleek er toch een addertje onder het gras te zitten en was de beste man in ene wel een taxichauffeur die 30 dollar voor het ritje wilde. Ik kwam er uiteindelijk met 2 dollar onderuit.

    Syrie! Nog maar 1 uur tijdsverschil met Nederland. Anders dan landen waar ik tot nu toe geweest ben. M’n eerste Arabische land op deze reis! Ik liep rond om een hotel te zoeken en werd nauwlijks aangekeken. Wat blijkt, ik zie eruit als een Arabier! Zelfs een Japanse toeriste dacht dat ik in het hotel werkte. De prijzen waren, in vergeljking met de lonelyplanet wat omhoog gegaan, en zodoende besloot ik naar de plek die het slechts aangeschreven stond de gaan. En ik was niet de enige. Het dakterras daar, waar je een matras kan huren, lag vol.

    Het werd een gezellige avond. Syrie is geen ‘droog land’, en we kochten dus lokaal bier en Arak (Ouzo/Raki) en ondanks twee vermoeiende nachten in de bus viel ik pas om 3 uur behoorlijk dronken in slaap. De volgende dag moest ik daarvoor betalen met een pijnlijke kater. Halverwege die dag kwam Joe (dezelfde Joe uit Pakistan en Iran) aan. We verdwaalden de rest van de dag in de prachtige Bazaars en aten overal lekker eten. Syrie heeft, in tegenstelling tot Iran, een street-food kultuur. Super voor reizigers: kebabs, falafel, humus, vergeperste sappen, zoete broodjes en vele andere dingen zijn hier overal en heel goedkoop te vinden.

    Vandaag is het vrijdag, de zondag in het Midden Oosten. Alles is dicht, maar niet de Hammam (Badhuis). We namen vanochtend de ‘uitgebreide behandeling’ en lagen zodoende een uur lang op een vloer waar we alle kanten op geslngerd werde terwijl onze huiden van ons lichaam geschraapt werden. Nadat al die bagger weg gespoeld was werden we met de lokale zeep helemaal schoon gewassen en zaten we in handoeken gewikkeld thee te drinken.

    Vanavond gaan we, onder het genot van een Nargileh (waterpijp) en thee, Nederland-Frankrijk kijken. Het europese voetbal is hier heel erg populair! De komende twee weken reis ik hier rond en begin juli ben ik weer in Europa, half juli weer in Nederland! Tussendoor schrijf ik nog!

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Weer in Iran!

May 31st, 2008
  • Beste Mensen!
    Ik schreef vanuit de bergen in Pakistan vlakbij de Afgaanse grens. Sindsdien is er veel gebeurd, en heb ik met name veel afstand afgelegd. Ik nam hetzelfde busje dat me op de heenweg bont en blauw had gehobbeld terug naar Peshawar. Daar zou ik m’n Iraanse visum op kunnen halen op de dag nadat ik er aankwam. Goed, Inshallah natuurlijk, en God wilde het niet. Na drie dagen was het zover, ik had m’n ‘authorisatie code’ (vraag me niet hoe en waarom, maar het is belangrijk om dat te hebben), en kon naar de ambassade. Ik stond er een uur voor openingstijd en dacht dat dat wel genoeg was, maar ik had beter moeten weten! Het enige wat ik die dag voor elkaar kreeg was de aanvraagfomulieren meekrijgen. De volgende dag stond ik er weer, met de juist miniscule pasfoto’s en alle vereiste kopieen. Na een interview met de consul bleek dat ik een ‘medical checkup’ doen. Door mijn eerdere ervaring met vergelijkbare zaken maakte ik me er niet al te druk om, maar het bleek om een HIV test tegaan. Tegenspruttelen hielp niet en er werd een schone (leek het) naald in m’n arm gezet. Een half uurtje later had ik een gesloten envelope in m’n handen die ik niet mocht openen! De artsen waren wel zo vriendelijk me te vertellen dat ik ‘redelijk gezond’ was. Na nog een tripje richting Bank en weer terug had ik dezelfde middag nog m’n visum in m’n handen.
    Ik wilde diezelfde avond nog uitchecken en had m’n tas daarom die ochtend al ingepakt en bij de receptie gezet. Maar de eenogige en humeurige hoteleigenaar vond dat ik nog een nacht moest betalen. Wetende dat de beste man altijd een pistool droen (zelfs als hij sliep!) maar ook wetende dat hij heel slecht kon zien ging ik ervandoor zonder extra te betalen. Heelhuids belande ik in de bus richting Lahore, en in Lahore in het guesthouse waar ik nu voor de 3e keer verbleef. Leuk om weer wat bekenden te zien en de Lonely Planet voor het midden oosten te bemachtigen.
    De volgende dag had ik gelijk een trein richting Quetta, riching Iran dus. De trein reed door een woestijn en doordat de ramen niet goed sloten kwamer er bergen zand naarbinnen zetten, en ‘s nachts, vreemd genoeg, bakken met water! Na 28, ip plaats van 24, uur kwam ik te laat aan om gelijk een bus te pakken naar de grens. Ik nam samen met Jun (uit Japan) intrek in een goedkoop hotelletje en de volgende dag stapten we in de nachtbus naar de grens met Iran. Ik had een iets (30 cent) duurder ticket geboekt en stond de bus te bewonderen terwijl de deuren nog dicht waren. Het zag er allemaal prachtig uit, de b us was gloednieuw, zou het een comfortable reis worden dan? Niet natuurlijk, de bus bleek op dwergformaat gebouwd te zijn. De stoelen waren miniscuul en zaten nog in het plastic. Dat was nantuurlijk vervelend, maar toen de motor ook nog eens iedere 10 kilometer uit begon te vallen begon het toch wel een van de minst fijne tochten van de afgelopen maanden te worden. 4 uur te laat kwamen we aan, precies op het moment dat de grens open ging!
    Samen met Joe (australie) en Jun stak ik de grens over, en Iran werde we eerst voor gelaten waarna we lang moesten wachten en erachter kwamen dat we een militaire wacht met ons meekregen. Hij had onze paspoorten in z’n bezit; veel keus was er dus niet. Het bleek verder dat de jurisdictie van de Iraanse grens politie heel klein is, ze mogen van wachtpost tot wachtpost reizen wat betekend dat wij bij iedere wachtpost moesten wachten op een nieuwe bewaker. Vijf uur later, in plaats van 1 uur, stonden we op het busstation in Zahedan waar we direct tickets naar Kerman konden krijgen.
    Wat een verademing om in een Iraanse bus te zitten! Standaard met airco, drinken, koekjes en beenruimte. En spotgoedkoop, 7 uur in die bus koste 2.5 euro. Met z’n drieen vonden we een kamer en de volgende dag verkenden we de bazaar en Hammam waar we schoon gescrubbed en –gesopt werden. Van alle Iraanse preutsheid (voor zover die uberhaubt bestaat) was daar totaal geen spraken, onze kleren werden ongeveer van ons lichaam getrokken.
    Jun vertrok alleen naar het zuiden, Joe en ik wat later richting Yazd. We stonden op straat een taxi naar ons toe te lokken, dat lukte vreemd genoeg niet en een meisje kwam ons helpen. Binnen de kortste keren had ze er een en legde ze de chaufeur uit waar we heen moesten en voor we het door hadden had ze betaald. Ik was vergeten dat dat gewoon was in Iran. Fantastsich natuurlijk. Het werd nog mooier, toen we op het bustation aankwamen was dat meisje erweer, ze was ons in een andere taxi gevolgd zodat ze ervoor kon zorgen dat we in de juiste bus terecht kwamen enzo.
    We werde dus uitgezwaaid en waren dezelfde avond nog inb Yazd, het plaatste waar ik afgelopen December kerst vierde! Het Silk Road Hotel daar heeft een nederlands eigenaar en is eigenlijk te duur voor mij, ware het niet dat er een koel slaapzaaltje is waar ik voor 3 euro kan slapen. Ik ben er nu 4 dagen geweest en heb weinig anders gedaan dan ‘uitrusten’ van het zware reizigersleven. En dat bevalt prima, ik zit hier met ontzettend intressante mensen om me heen: een airtraffic controller uit Madrid, twee voormalige politie agentes uit amsterdam, een 56 jaar oude zwitserse dame die in spanje uit de gevangenis is ontsnapt, een 25 jarige Canadees die een nederlands paspoort heeft van drop houdt maargeen nederlands spreekt. Gezellige avonden dus en lekker eten.
    Vandaag was ik van plan om verder te reizen, maar het blijkt dat de bus naar Mashad die ik wil pakken vol geboekt is tot dinsdag. Ik heb m’n plan dus veranderd en vertrek morgen richting Kashan, een klein stadje waar ik nog niet geweest ben. Op 9 juni pak ik de trein naar Damascus in Syria, waar ik 2 weken blijf voor ik rustig europa in reis!

    Tot in Syrie,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Ishpatta Baya!

May 17th, 2008
  • Beste Mensen,

    Twee weken geleden nam ik met m’n moeder een eiskoude trein naar Delhi, we zaten binnen met dekens om ons heen terwijl buiten alles verschroeide van de hitte. De trein had verder veel weg van een vliegtuig, er was een constante stroom aan drankjes en eten. In Delhi moesten we toch aan de hitte geloven, en ik nam had m’n laateste airco ervaring voor deze reis. Na een middagje winkelen was het zover, een taxi naar het vliegveld en toen was ik weer alleen! Gek toch steeds.
    Dezelfde avond nam ik nog een sleeper-bus naar Dharamsala, in de bergen, waar de Dalai Lama woont. Ik had in die bus het achterste, bovenste bed, hetgeen betekend dat je de helft van de tijd tegen het plafond gedrukt doorbrengt. Daar aangekomen kwam ik John en Chriss tegen, een stel dat ik tijdens m’n meditatie, in stilte dus, ‘ontmoet’ had. John ging een paar dagen later naar Pakistan, en dat was ook mijn plan!
    Drie dagen later zaten we dus om 5 uur ‘s ochtends in een rammelende bus richting de grens, na nog een hele hoop andere bussen, rickshaws en duane gedoe, dat allemaal prima op elkaar aansloot, stonden we in Pakistan, in Lahore. We checkten-in in de Regalle Internet Inn, de enige backpackers hangout in Lahore. Wat een verschil na India waar je nog redelijk wat toeristen tegenkomt (al vond m’n moeder het daar al weinig), hier waren we met z’n zevenen in een stad van 8 miljoen! Het effect van westerse media op het beeld van een land is heir duidelijk te merken, helaas, want het is een fantastisch land, met ontzettend vriendelijke mensen. En anders dan India. Mensen hoeven hier niet zo voor hun bestaan te vechten en zijn daardoor wat meer ontspannen, ook is er wat meer zelfrespect: mensen komen niet contstant (al doen ze het nog steeds) op je af met de meest voor de hand liggende vragen. Wat relaxter reizen dus!
    Ik was al eerder in Lahore geweest, en veel rondkijken hoefde wat mij betrefd dus niet, zeker aangezien het ruim boven de 40 graden was. Wel ging ik samen met een nederlander en een duitser ’s avonds naar een plek in de oude stad die bekend stond als ‘roze buurt’. Bestaat dat in een Islamitische Republiek? Ja dus, de prostituees worden hier ‘danzende meisjes’ genoemd en de huizen waarin ze wonen zijn ‘muziek winkels’. Daar rondlopen was genoeg om via allerlei mannen aanbiedingen te krijgen, varierend van 30 cent to 10 euro. En toen we op aanwijzing van een jongetje een steeg in liepen stonden daar in ene allerlei vrouwen mat make-up die ons aanspraken. Vreemde gewaarwordig hier! Met al ons geld nog in onze portomonee namen we een rickshaw terug.
    Ik had intussen gehoord dat er in het noorden van Pakistan, in het Hindu Kush gebergte, een festival zou zijn, na drie dagen reisde ik dus die kant op. Daarvoor moest ik eerst door Peshawar, de stad vlak aan de Afghaanse grens, waar dan ook voornamelijk Afghanen wonen. Hier was ik de eerste backpacker in HET guesthouse sinds een week! Na een dag door de oude bazaar te hebben gelopen en overal thee, Afgaanse groene thee, gedronken te hebben, zat in een minibus de bergen in. Het was een busje waar we in nederland met moeite 11 mensen in krijgen. Hier zaten we met z’n 21-en in, en 14 uur lang. Elk hobbeltje zorgde ervoor dat het raamkozijn tegen m’n hoofd aan klapte, en ik had nog 2 dagen een bult. Geradbraakt kwam ik ‘s ochtends aan in Chitral, de hoofdstad van het district; niet meer dan een straat. Daar sliep ik een nachtje, en keek ik een voetbalwedstrijd waar naar het schijnt, ooit het nederlands-ambassade team gespeelt heeft (dat is wat die lui doen!). De volgende ochtend per jeep de Kalash Valei in. Wauw. Een nauwe valei, tussen hoge rotsachtige bergen, vol met watertjes en overal, echt overal groen! De weg is nauwlijks begaanbaar, maar na twee uur hobbelen stond in ik Brun, een van de grotere dorpjes. Prachtig! De mensen hier zijn blanker dan Pakistanen. Sommigen zelfs echt blank en blond, en er zijn heel wat blauwe ogen. Het schijnt dat ze afstammen van de grieken die hier met Alexander de Grote kwamen. Of dat waar is weet ik niet, maar het zijn in ieder geval hele bijzondere mensen. Vrouwen dragen nog steeds traditionele kleding:

    HPIM3284.JPG

     

    en leven een open leven. Ik werd direct aangesproken: Ishpatta Baya! Welkom broer! En welkom voelde ik me! Ik vond een bed in een kamer die ik onder andere deelde met Malik, de eigenaar van de Ragalle Internet Inn in Lahore, hij was hier ook gekomen voor het festival dat de dag erop zou beginnen. Deze man , Malik, is een bijzondere man, een legende onder de backpackers, en bekend in Pakistan. Hij was ooit adviseur van Benazir Bhutto (voormalige premier van Pakistan) en woonde 8 jaar in haar huis. Ik bracht nu m’n middagen kaartend met hem door.
    Het festival duurde drie dagen en trok alle Kalash uit de omringende valeien aan. Maar naast de Kalash kwamen er ook heel wat rijkere moslims op af, net als ik als toerist. Maar met het grote verschil dat ze ongegeneerd met hun tong uit hun mond naar de ongesluierde, dansende, rokende en drinkende vrouwen stonden te staren.
    Het lente-festival was bedoeld voor de goede oogst dit jaar, en om families te herenigen na de koude winter. Er wordt veel tara (abrikozen likeur) gedronken en gedanst.
    Na drie dagen uitzicht over de groene valei vond ik het genoeg en ging ik terug naar Chitral, dat kleine hoofdstadje. Daar ben ik nu. Morgen ga ik terug naar Peshawar, waar ik als alles goed gaat, m’n Iraanse visum op kan halen. Binnen een week hoop ik in Iran te zijn! Vanuit daar een volgens bericht! 

     

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Met m’n moeder

May 2nd, 2008
  • Beste mensen,

    Vlak nadat ik de vorige keer schreef stond ik ‘s ochtends vroeg, veel te vroeg, op het vliegveld in Delhi, m’n moeder op te wachten. Ik was te vroeg, want ja, je weet maar nooit he? En alleen in India? Dat zag ze niet zitten.. Als een van de laatste kwam ze naar buiten. Heel erg leuk om haar na bijna vijf maanden weer te zien! We sprongen in een taxi, die aan de linkerkant van de weg reed… natuurlijk, maar dat is wat haar opviel. In Delhi had ik m’n kamer gehouden. Wat mij betreft een prima kamer, maar inderdaad was de badkamer niet brandschoon en lag de deksel van de wc er naast en was ie misschien een beetje klein, ach.. Diezelfde avond namen we nog een trein, maar we besloten toch even Oud Delhi in te gaan, even sfeer proeven. Natuurlijk namen we een fietsrisckshaw, in die stad wil je niet meewerken aan de vervuiling die de autorickshaws veroorzaken. Maar afdingen op zo’n fietsrickshaw kon echt niet hoor, volgens m’n moeder, die mannen zwoegden zo hard in de brandende zon. We lieten ons afzetten bij de Jame Mahsid, de vrijdag moskee, toen we daar zaten kwamen er direct allerlei mensen op ons af. Grappig, er kwamen nu zelfs tienermeisjes m’n hand schudden, dat hebben ze nooit eerder gedurft. Een moeder bij je hebben zal wel vertrouwen opwekken.
    ’s Avonds laat kwamen we in Agra aan. Weer met de fietsrickshaw, weer medelijden. We lieten ons afzetten, weer bij een hotel dat voor mij prima was, maar inderdaad misschien niet de standaard van beschaafde hollandse ouders. Daar stonden we vroeg op om de Taj Mahal vlak na zons opgang te bekijken. Tja, een indrukwekkend gebouw, wederom, maar het blijft een gebouw.. ’s Middags bezochten we nog het grote oude Mughal Fort wat daar ook staat en liepen we wat rond op een bazaar, in de belachelijke hitte. Die avond was het gelijk weer tijd voor de nachtrein naar Varanasi. Een beetje veel reizen in het begin, maar Agra is niet echt een stad waar je lang wilt blijven. Het op de trein stappen was al een beleving. Ik had zelden zo’n volle trein gezien, tenminste, in de gereserveerde klasse, er waren zeker twee keer zoveel mensen als bedden. En mijn bed werd bezet gehouden door drie politiemannen, krijg die er maar eens af! Maar goed, die verdwenen en we gingen slapen, tot ik midden in de nacht wakker werd van een moeder die zwetend naast me neerplofte, haar darmen waren gaan werken, zoals ze dat bij reizigers in India af en toe doen. Ze had koorts en voelde zich heel slap. Wat een drama! Eerste nacht in een trein, die ook nog eens overvol was zodat er mensen voor de wc lagen te slapen, en dan dit. Het leek heel erg, maar uiteindelijk kon ze met wat norit op toch nog redelijk slapen, ondanks dat er af en toe iemand bij haar op bed kwam zitten. In Varanasi regelden we op het perron een drager, die op zijn beurt een rickshaw chaufeur regelde en binnen een kwartier hadden we een kamer. En wat voor kamer! Er was airconditioning (!), een heerlijke warme (ja, dat heb je nodig met airco) douche, een televisie, een balkon en roomservice. Ongekende luxe voor mij, maar wel even goed, zeker nu het buiten 43.5 graden was! Die middag ging ik alleen het oude Varanasi in. Op m’n vorige reis heb ik hier in totaal ongeveer een maand rondgebracht omdat ik het zo’n fantastisch indrukwekkende stad vond, en dat vond ik ht nog steeds, er was erg weinig veranderd! Ik gerbuikte mijn tijd om daar een hotel te vinden die ouder-proof was. Het hotel waar we nu zaten was natuurlijk mooi, maar lag in het sfeerloze nieuwere deel van de stad, het zou jammer zijn daar meer tijd dan nodig door te brengen. Ik vond Maharadja kamer, direct aan de ganges met een koepel als dak, ramen die naar drie kanten uitkeken, ook een balkon en wederom airconditioning. De volgende ochtend voelde m’n moeder zich weer goed genoeg en vertrokken we per auto-rickshaw en toen die niet verder kon, met fietsrickshaw, en toen die niet verder kon door de te nauwe straatjes te voet naar deze fantastische kamer. Die dag liepen we rond door het doolhof van kleine straatjes en over de kades, die uit grote trappen bestaan, langs de ganges. Dat is waar het leven in de stad zich afspeelt. Mensen komen er om te baden, te bidden, te spelen, te eten, te sterven hun naasten te cremeren, om er gewoon te zitten of om er te kijken, als pelgrim of toerist. Het blijft ontzettend indrukwekkend om daar rond te lopen, hoe vaak je het ook ziet! Bij zonsondergang wordt er iedere dag een grote offerdienst gehouden langs de rivier waar duizende mensen op af komen. Een uur lang kijken voornamelijk pelgrims naar het spektakel waarbij jonge Brahmanen (priesters) met vuur rituele bewegingen en zang uitvoeren. We eten die avond bij de ‘German Bakery’, een redelijke betrouwbare plek die voor mijn moeder, na het trein-avontuur, een van de weinige ‘veilige’ opties lijkt te zijn. Dat is niet helemaal waar natuurlijk, maar wel goed te begrijpen. En ik klaag niet, want het eten daar was erg, heel erg, lekker. Ze hebben er zelfs Gouda kaas!
    Na 2 nachten als Maharadja’s stapten we vroeg op de trein naar Rishikesh. We hadden dit keer een wat duurdere klasse genomen; airconditioning in de trein! Op deze manier werden deze twee weken niet alleen voor mijn moeder een ervaring, ik zag India ook op een andere manier; vanachter verduisterd glas in de trein. In deze trein waren de bedden wat dikker, was het koud, kreeg je dekens (gekte eigenlijk), was het wat minder druk, waren er aardige mensen en werd ik verkouden…
    Heel vroeg kwamen we aan in Rishikesh en vonden een prima kamer, die weer wat meer leek op wat ik gewend was, maar goed, het was hier ook aanzienlijk minder warm dan in Varanasi, we waren richting de Himalaya gereisd.
    Rishikesh ligt, net als Varanasi, aan de Ganges, de heiligste rivier in India. Het grote verschil is dat de rivier hier nog schoon, ijskoud en ruig is. In de tijd dat wij er waren verdronk er zelfs een fransman/fins (werd niet duidelijk), en was zwemmen dus in ene niet erg verleidelijk meer. Verder is het een klein plaatsje, en het dorpje vlak erbuiten waar wij zaten stelde eigenlijk helemaal neits voor. Maar daar kom je dan ook niet voor. Rishikesh is al jaren de Yoga hoofdstad van de wereld, waar je ook kijkt zijn borden die adverteren met allerlei yoga cursussen. Die middag, in een backpackers restaurant kregen we gelijk aanbevelingen en diezelfde avond hadden we onze eerste yoga les. De komende 3 dagen hadden we 2 lessen van ruim 1.5 uur per dag en hadden het daar erg druk mee. Want als je ook nog goed wilt eten, een massage wilt krijgen en wilt uitrusten van die yoga dan hou je nauwlijks tijd over om de boel daar te bekijken. Na drie slopende dagen vertrokken we, weer heel vroeg, naar de bergen; naar Shimla.
    Shimla, is een ‘hillstation’, ligt dus op een berg, en was ooit, tijdens de Raj, de de ‘zomerhoofdstad’ van India. De engelse overheid trok als het te heet werd in Delhi met al hun papieren naar de bergen. En terecht! In vergelijking tot wat we inmiddels gewend waren was het er koel! In vergelijking tot Nederland was het er overigens nog steeds heet. De stad is nu voornamelijk populair als huwlijksreis bestemming voor de rijkere Indiers, en het wemelt er dus van de pas-gehuwden; schattig. Verder is de stad er enorm trots op schoon te zijn, en dat is de stad dan ook, zeker nadat we Varanasi gezien hadden! Twee nachten en wat rondlopen verder gingen we met het oude kleine boemel treintje naar beneden. Of tenminste, een stukje naar beneden, want na 43km stonden we stil om niet meer verder te gaan. De remmen zouden niet goed functioneren, of er was verwarring met het woord ‘break’ ontstaan, in ieder geval gingen we echt niet verder. Iedereen eruit dus op een afgelegen stationetje en met al die bagage, en velen op hoge hakken, van een stijl pad af naar de weg. Wij namen gelijk een rickshaw naar het dichtsbijzijnde dorpje en vonden daar gelijk de bus die ons naar onze bestemming, Kasauli, bracht. Daar kwamen we gisteravond aan. Kasauli is ook een hillstation, maar stukken kleiner en veel minder ‘ontdekt’. Het is hier erg mooi en heel erg groen, ondanks de droogte. Vanochtend hebben we een mooie wandeling door het eeuwenoude dorp gemaakt en langs de heuvels die uikijken op de Indus vlakte.
    Morgen ochtend vroeg nemen we een taxi naar het treinstation op die vlakte en dan met de sneltrein naar Delhi, om de verplichte inkopen te doen voor m’n moeder zondag naar Amsterdam vliegt.
    Dan ben ik dus weer alleen. En wat ik precies ga doen is nog niet duidelijk. Maar China lijkt er niet echt in te zitten, en het niet-vliegen bevalt mij prima, en wil ik dus doorzetten. Dat betekend alleen wel dat ik gelimiteerd ben, en aangezien mijn geld me verteld dat ik begin juli toch wel in de buurt van huis moet zijn denk ik dat ik rustig de terug reis ga ondernemen. Waarschijnlijk weer door Pakistan en Iran (geen straf!) En dan misschien omhoog naar de landen die erboven liggen. Of niet natuurlijk. Maar dat horen jullie tegen die tijd wel!

    Groetjes,
    Anne

    Lieve mensen, hier nog een kort stukje van de moeder van Anne, die zich geen betere gids kon wensen deze twee weken. India is daardoor een enerverende ervaring geweest voor mij, die soms te heftig was, maar merendeeel fantastisch is geweest. Het is vooral de wijze waarop mensen hier in grote getallen met elkaar en naast elkaar leven. Hoe het verkeer hier met elkaar geregeld is. Er lijken geen spelregels te zijn en alles komt gewoon goed, ofschoon je je hart vaak vasthoud en dikwijls denkt, dit kan toch niet,maar het kan allemaal hier. En het leuke van alles is niemand kijkt er van op…
    Het voedsel hier heeft langzaam moeten wennen, mede door mijn voedselvergiftiging meteen al in de eerste week, maar ook dat begint te wennen. Want niet erg went is de wijze waarop met afval wordt omgegaan, ofschoon ook dat een grote kringloop lijkt te zijn hier en alles komt uitendelijk wel ergens terecht en wat overblijft zijn de gekleurde restjes van plastic, die uiteindelijk soms op bloemen lijken in een open veld of ik zag het zelf voor waterlelies aan…
    Kortom hier wil ik het bij laten, het is een ervaring die in mijn geheugen gegrift zal staan.

    Groetjes Paula

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

230 uur stilte, 100 uur zitten

April 18th, 2008
  • Beste mensen,

    Zoals ik al schreef ging ik mediteren. En dat ging ik vlakbij Jaipur doen, vijf uur met de trein vanaf Delhi. Ik bedacht dat dat wel met ordinary class moest kunnen, het goedkoopste ticket voor iets meer dan een euro. Dat kon ook wel, maar het gevolg was dat ik de eerste twee uur van de reis op een been moest staan omdat er niet meer ruimte was, en daarna op 1 bil kon zitten, maar dat alleen maar omdat een vriendelijke jongen de plekje voor me vrijhield met een hele hoop moeite. Gestressed kwam ik dus aan in Jaipur, klaar om te gaan mediteren!

    Vier jaar geleden ben ik, toen ik ook in India was, al een keer naar een 10-daags retreat geweest. Ik vond dan toen een geweldige, bijzonder en naar ik me herinnerde ook wel leuke ervaringen. Redenen om het nog een keer te doen dus! Dat is het ook, maar als je hoort hoe het er daar aan toe gaat zou je dat misschien niet zeggen, en lijk ik waarschijnlijk wel gestoord dat ik het nog een keer doe.

    De meditatie methode die ik volgde, en die je op zo’n retreat leerd, heet Vipassana meditatie, zoals S.N. Goenka die doceert. Het zijn 10 volle dagen waarvan 9 in stilte. En stilte houdt niet alleen in dat je niet praat, je communiceert echt op geen enkele manier met andere cursisten. Dat lijkt heel moeilijk, maar in de praktijk valt het wel mee. Veel tijd om te praten is er toch niet, want 10 uur per dag ben je aan het mediteren. De rest van de tijd loop je wat rond om je benen beweging te geven, is er een hoorcollege en slaap je natuurlijk! Omdat ik het al eens eerder gedaan werd van me verwacht dat ik ook niet meer at, na 12 uur ‘s middags en niet op een zacht matras zou slapen. Dat zouden ook grote problemen worden, dacht ik, maar wonderbaarlijk genoeg had ik nauwlijks honger, en was ik steeds moe genoeg om om 2100 gelijk in slaap te vallen en werd ik “pas” om 0400 uur weer wakker van de ochtend gong. Dat mediteren gebeurd voornamelijk in een grote hal waar het niet zo stil is als je zou willen, overal boeren, scheten en af en toe gesnurk. Later kon je ook in een afzondelijke cel gaan zitten waar het een stuk stiller was.

    Goed, dat is allemaal de buitenkant, en het lijkt misschien allemaal verre van leuk. Maar wat gebeurd er nou eigenlijk tijdens dat mediteren? Ik ga het proberen een beetje uit te leggen, maar makkelijk is het niet. De leraar Goenka heeft er 17 uur voor nodig.
    De eerste drie dagen ben je alleen maar bezig met het observeren van je ademhaling, dat kalmeert je gedachten en zorgt ervoor dat je je goed kan focusen. Dat klinkt misschien makkelijk, voelen hoe je ademhaling je neus in en uit gaat. Maar als je het probeert merk je dat je gedachten er binnen een paar seconden vandoor vliegen en dat je daar soms pas na een half uur achter komt. De kunst is dan om niet boos of geirriteerd te raken: “waarom concetreer ik me nou verdomme niet, daar kwam ik toch voor?!”. Het is de bedoeling om te accepteren wat er gebeurd, je gedachten hebben de gewoonte om van hot naar her te springen en niet te doen wat je eigenlijk wilt. Dat is de realiteit, en die moet je accepteren.
    Als je je voldoende kan concetreren na drie dagen, wordt het object veranderd: in plaats van ademhaling ga je zintuigprikkels over je hele lichaam voelen. Op ieder stukje huid op je lichaam gebeurd constant iets: er komt lucht langs, je hebt jeuk, je hebt pijn, er land een mug, er zit een zweetdruppel, je voelt kleding, etc. Normaal gesproken negeer je veel van die prikkels: je hebt geleerd dat het niet nodig is daar aandacht aan te schenken. Zo ben je geconditioneerd. Je wilt van die, en eigenlijk alle, conditionering af is het idee. Het is de realiteit dat er over je hele lichaam constant iets gebeurd en dat moet je voelen. Op die manier train je je hersenen de geconditioneerde reactie over te slaan. In plaats van reageren ga je ageren (klinkt beter in het engels: ‘act instead of react’).
    Tien uur per dag zit je dus te voelen wat er op je hele lichaam gebeurd. En als je zo lang zit, dan voel je op een gegeven moment voornamelijk pijn (in je knieen en je rug). In het begin is dat verschrikkelijk, zeker tijdens de uren waarin het de bedoeling is dat je niet beweegt. Je voelt de pijn komt en reageert gelijk: “ah, wat verschrikkelijk, pijn! en ik moet nog een half uur, en het zal alleen maar erger worden!”. Het gevolg is dat je dan naast lichamelijk pijn de pijn in je gedachten nog eens versterkt, waardoor het alleen maar erger te wordt. Het idee is om je te realiseren dat niets permanent is, zelfs pijn niet, dat het op een gegeven moment vanzelf over moet gaan. Goed, dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Maar op een gegeven moment lukt dat wel! Als er dan pijn komt, dan ga je het observeren: “ah, pijn, kijken hoe lang het blijft, en waar het precies zit”.
    Het idee is dat je in het dagelijkse leven zo geconditioneerd bent dat je op vervelende dingen net zo reageert als op pijn: “oh, wat erg! moet dit mij overkomen! het zal nog wel erger worden!”. En alleen al door dat te denken wordt het ook erger. Met deze techniek train je je hersenen niet automatisch te reageren, maar ook niet weg te kijken: je leert observeren.
    Daar laat ik het bij nu, voor ik doordraaf en geen lezer meer overhoud. Mocht je meer willen weten, dan is het boek ‘The Art of Living’ van William Hart een heel goed boek, of je kan de ontroerende film ‘Doing Time, Doing Vipassana‘ over een gevangenis in India waar deze techniek gebruikt wordt kijken, of je kan de website van de organisatie een bezoeken. Of je kunt natuurlijk mij iets vragen!

    Tien dagen lang zat ik dus ‘opgesloten’ op een terein in de heuvels vlak buiten Jaipur. Met mij zaten daar een stuk of 50 mannen en 4 vrouwen, heel veel pauwen, apen, eekhoorns, papgaaien en andere dieren. Ik had een eigen appartementje met badkamer en m’n eigen mediteer cel. Hier een kort filmpje die je er rondleidt!

    Nadat we ‘s ochtends op de elfde dag weg mochten gingen een paar van de andere backpackers die de cursus ook gevolgd hadden zo snel mogelijk en druk pratend naar de Cofee Day: goeie koffie en brownies! Met spierpijn in m’n kaken van al het praten dat ze niet meer gewend waren kwam ik ‘s avonds samen met een Israelisch meisje in Delhi aan. Het was de bedoeling dat we de meditatie elke dag 1 uur ‘s ochtends en 1 uur ;s avonds vol bleven houden. Dat is veel. Maar de afgelopen drie dagen is het gelukt, maar ik vind het een hele opgave!

    Vanochtend heb ik geprobeerd een Chinees visum aan te vragen, ik wil via Pakistan daarheen reizen. Maar China had besloten de regels aan te scherpen, en of het gaat lukken is nu een beetje onduidelijk, hier later meer over!
    Morgenochtend haal ik mijn moeder, die nu al ongeveer in het vliegtuig zit, op van het vliegveld, en ga ik ruim 2 weken met haar reizen, daar heb ik erg veel zin in!

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

« Previous Entries