Stukje Fietsen, enzo…

Stukje Fietsen, enzo…
Amsterdam – Beijing (?)

230 uur stilte, 100 uur zitten

April 18th, 2008
  • Beste mensen,

    Zoals ik al schreef ging ik mediteren. En dat ging ik vlakbij Jaipur doen, vijf uur met de trein vanaf Delhi. Ik bedacht dat dat wel met ordinary class moest kunnen, het goedkoopste ticket voor iets meer dan een euro. Dat kon ook wel, maar het gevolg was dat ik de eerste twee uur van de reis op een been moest staan omdat er niet meer ruimte was, en daarna op 1 bil kon zitten, maar dat alleen maar omdat een vriendelijke jongen de plekje voor me vrijhield met een hele hoop moeite. Gestressed kwam ik dus aan in Jaipur, klaar om te gaan mediteren!

    Vier jaar geleden ben ik, toen ik ook in India was, al een keer naar een 10-daags retreat geweest. Ik vond dan toen een geweldige, bijzonder en naar ik me herinnerde ook wel leuke ervaringen. Redenen om het nog een keer te doen dus! Dat is het ook, maar als je hoort hoe het er daar aan toe gaat zou je dat misschien niet zeggen, en lijk ik waarschijnlijk wel gestoord dat ik het nog een keer doe.

    De meditatie methode die ik volgde, en die je op zo’n retreat leerd, heet Vipassana meditatie, zoals S.N. Goenka die doceert. Het zijn 10 volle dagen waarvan 9 in stilte. En stilte houdt niet alleen in dat je niet praat, je communiceert echt op geen enkele manier met andere cursisten. Dat lijkt heel moeilijk, maar in de praktijk valt het wel mee. Veel tijd om te praten is er toch niet, want 10 uur per dag ben je aan het mediteren. De rest van de tijd loop je wat rond om je benen beweging te geven, is er een hoorcollege en slaap je natuurlijk! Omdat ik het al eens eerder gedaan werd van me verwacht dat ik ook niet meer at, na 12 uur ‘s middags en niet op een zacht matras zou slapen. Dat zouden ook grote problemen worden, dacht ik, maar wonderbaarlijk genoeg had ik nauwlijks honger, en was ik steeds moe genoeg om om 2100 gelijk in slaap te vallen en werd ik “pas” om 0400 uur weer wakker van de ochtend gong. Dat mediteren gebeurd voornamelijk in een grote hal waar het niet zo stil is als je zou willen, overal boeren, scheten en af en toe gesnurk. Later kon je ook in een afzondelijke cel gaan zitten waar het een stuk stiller was.

    Goed, dat is allemaal de buitenkant, en het lijkt misschien allemaal verre van leuk. Maar wat gebeurd er nou eigenlijk tijdens dat mediteren? Ik ga het proberen een beetje uit te leggen, maar makkelijk is het niet. De leraar Goenka heeft er 17 uur voor nodig.
    De eerste drie dagen ben je alleen maar bezig met het observeren van je ademhaling, dat kalmeert je gedachten en zorgt ervoor dat je je goed kan focusen. Dat klinkt misschien makkelijk, voelen hoe je ademhaling je neus in en uit gaat. Maar als je het probeert merk je dat je gedachten er binnen een paar seconden vandoor vliegen en dat je daar soms pas na een half uur achter komt. De kunst is dan om niet boos of geirriteerd te raken: “waarom concetreer ik me nou verdomme niet, daar kwam ik toch voor?!”. Het is de bedoeling om te accepteren wat er gebeurd, je gedachten hebben de gewoonte om van hot naar her te springen en niet te doen wat je eigenlijk wilt. Dat is de realiteit, en die moet je accepteren.
    Als je je voldoende kan concetreren na drie dagen, wordt het object veranderd: in plaats van ademhaling ga je zintuigprikkels over je hele lichaam voelen. Op ieder stukje huid op je lichaam gebeurd constant iets: er komt lucht langs, je hebt jeuk, je hebt pijn, er land een mug, er zit een zweetdruppel, je voelt kleding, etc. Normaal gesproken negeer je veel van die prikkels: je hebt geleerd dat het niet nodig is daar aandacht aan te schenken. Zo ben je geconditioneerd. Je wilt van die, en eigenlijk alle, conditionering af is het idee. Het is de realiteit dat er over je hele lichaam constant iets gebeurd en dat moet je voelen. Op die manier train je je hersenen de geconditioneerde reactie over te slaan. In plaats van reageren ga je ageren (klinkt beter in het engels: ‘act instead of react’).
    Tien uur per dag zit je dus te voelen wat er op je hele lichaam gebeurd. En als je zo lang zit, dan voel je op een gegeven moment voornamelijk pijn (in je knieen en je rug). In het begin is dat verschrikkelijk, zeker tijdens de uren waarin het de bedoeling is dat je niet beweegt. Je voelt de pijn komt en reageert gelijk: “ah, wat verschrikkelijk, pijn! en ik moet nog een half uur, en het zal alleen maar erger worden!”. Het gevolg is dat je dan naast lichamelijk pijn de pijn in je gedachten nog eens versterkt, waardoor het alleen maar erger te wordt. Het idee is om je te realiseren dat niets permanent is, zelfs pijn niet, dat het op een gegeven moment vanzelf over moet gaan. Goed, dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Maar op een gegeven moment lukt dat wel! Als er dan pijn komt, dan ga je het observeren: “ah, pijn, kijken hoe lang het blijft, en waar het precies zit”.
    Het idee is dat je in het dagelijkse leven zo geconditioneerd bent dat je op vervelende dingen net zo reageert als op pijn: “oh, wat erg! moet dit mij overkomen! het zal nog wel erger worden!”. En alleen al door dat te denken wordt het ook erger. Met deze techniek train je je hersenen niet automatisch te reageren, maar ook niet weg te kijken: je leert observeren.
    Daar laat ik het bij nu, voor ik doordraaf en geen lezer meer overhoud. Mocht je meer willen weten, dan is het boek ‘The Art of Living’ van William Hart een heel goed boek, of je kan de ontroerende film ‘Doing Time, Doing Vipassana‘ over een gevangenis in India waar deze techniek gebruikt wordt kijken, of je kan de website van de organisatie een bezoeken. Of je kunt natuurlijk mij iets vragen!

    Tien dagen lang zat ik dus ‘opgesloten’ op een terein in de heuvels vlak buiten Jaipur. Met mij zaten daar een stuk of 50 mannen en 4 vrouwen, heel veel pauwen, apen, eekhoorns, papgaaien en andere dieren. Ik had een eigen appartementje met badkamer en m’n eigen mediteer cel. Hier een kort filmpje die je er rondleidt!

    Nadat we ‘s ochtends op de elfde dag weg mochten gingen een paar van de andere backpackers die de cursus ook gevolgd hadden zo snel mogelijk en druk pratend naar de Cofee Day: goeie koffie en brownies! Met spierpijn in m’n kaken van al het praten dat ze niet meer gewend waren kwam ik ‘s avonds samen met een Israelisch meisje in Delhi aan. Het was de bedoeling dat we de meditatie elke dag 1 uur ‘s ochtends en 1 uur ;s avonds vol bleven houden. Dat is veel. Maar de afgelopen drie dagen is het gelukt, maar ik vind het een hele opgave!

    Vanochtend heb ik geprobeerd een Chinees visum aan te vragen, ik wil via Pakistan daarheen reizen. Maar China had besloten de regels aan te scherpen, en of het gaat lukken is nu een beetje onduidelijk, hier later meer over!
    Morgenochtend haal ik mijn moeder, die nu al ongeveer in het vliegtuig zit, op van het vliegveld, en ga ik ruim 2 weken met haar reizen, daar heb ik erg veel zin in!

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Kado van een man die niets heeft

April 2nd, 2008
  • Ik wilde na mijn laatste verhaal wat meer details opschrijven, na alles bij elkaar zo’n jaar in India geweest te zijn lijkt het allemaal zo normaal. Ik besloot dus mijn ogen open te doen en meer om me heen te kijken. Zodra ik dat deed gebeurde er vanalles, vandaar nu alweer mail!
    Vanuit Puri ging ik een dagje naar Konark, daar is een belangrijke Hindu tempel. Maar ze hadden bedacht dat buitenlanders 25 keer zoveel moesten betalen als Indiers. Dat vond ik teveel van het goede, en besloot dus de tempel alleen vanaf de buitenkant te bekijken. Ik zat in de schaduw toen een vriendelijke man op me af kwam, hij stamde af van de bouwers van de tempel, de 29e generatie. Of ik mee wilde naar zijn huis? Ik zei gelijk ja; hij was vriendelijk! Maar tijdens de ongeveer 10 minuten naar zijn huis bedacht ik dat hij waarschijnlijk vanalles van me wilde of in ieder geval wat wilde verkopen. Maar ik zei niets, en kwam in zijn huis terecht bij twee zoons met een grote lach op hun gezicht. Ze waren beeldhouwers en lieten vol trots al hun beelden zien! Zijn vrouw bracht me wat te drinken en voor ik het wist kreeg ik een beeldje. De man ging zelfs naar de tuin om bloemen voor me te plukken! Nu kon het toch niet anders? Deze mensen wilden wat van me! Maar toen ik zei dat ik echt niet genoeg geld had om iets te kopen werd ik verbaasd aangekeken, dat was helemaal niet de bedoeling!
    Tweeendertig uur in de trein van Puri naar Delhi was het plan. Eerst moesten alle liedjes in mijn mobiel beluisterd worden, toen werden alle foto’s bekeken en mij sms-jes, in het nederlands, gelezen. Een strikte politieman op verlof arriveerde. Aardig maar wel heel strikt: geen chai voor het eten (slecht voor de vertering), geen ontbijt voor het tandenpoetsen (kon niet achterhalen waarom). En dat niet alleen voor hem, het gold ook voor mij! Bepaalde merken water mochten ook niet gedronken worden vond hij (die smaakten slecht). Het was uiteindelijk een opluchting toen hij uitstapte na een uurtje of 24. Toen was nog de familie in mijn compartiment met een schattig klein dochtertje die om de haverklap borstvoeding kreeg (en daar volgens mij al een tijdje te oud voor was) en vervolgens steeds alles onderplaste. Ze deden niet aan luiers, ook niet echt aan opruimen. Toen we wakker werden bleken een tas en slippers gestolen, niet van mij, maar het gtevolg was wel dat ik mijn slippers in ene met nog twee mensen deelde. Zonder dat ik hier overigens ook maar iets in te zeggen had!
    Verder was het een reis van veel in de deuropening zitten en het landschap voorbij zien denderen met een gangetje van 60km per uur, veel zwaaien, veel thee drinken en aan veel mensen vertellen waar ik vandaan kwam, hier deed en of ik India een ‘good country’ vond. Natuurlijk vond ik dat, en dat is ook zo; als het in een land leuk is om 35 uur, want dat was het uiteindelijk (10% vertraagd, dat doet de NS ze niet na!), in een trein te zitten, dan moet het wel een goed land zijn, toch?
    Gisteravond kwam ik dus in New Delhi station aan en nam de roltrap naar beneden. Bovenaan stond een man te twijfelen, hij bukte en zei een gebed. Het was overduidelijk zijn eerste keer op een roltrap. Heel aandoenlijk om hem zenuwachtig op de trap te zien staan, en z’n grote glimlach op z’n gezicht toen hij er weer af kwam.
    “You look like a doctor”, zo sprak Baldey me aan. We raakten aan de praat, ik eerst argwanend maar snel gerust gesteld, hij had een vreemd accent, hij kwam uit Buthan. Ik kon hem prima verstaan maar niet altijd volgen, hij kwam uit een andere wereld! Hij sprak over zijn dieren in Buthan en het materialisme in Delhi. Hij was hier net 3.5 maand. De 62 jarige man was met ‘pensioen’, maar in Buthan doen ze daar niet aan, en zodoende was hij dus alleen naar India gekomen zodat zijn zoon en dochter konden studeren terwijl hij hier geld verdiende als leraar.
    Ik heb nog nooit zo’n vrinedelijk man ontmoet. Hij miste z’n familie en z’n simpele, maar goede, leven in z’n dorp. Ik nodigde hem uit om te eten. Hij had tijdelijk werk nu; 100rp per dag 5 dagen in de week. 500 rp per week dus. Dat is heel weinig als je alleen bent en in een goedkoop hotelletje slaapt omdat op straat slapen echt geen optie is in deze jungle, en bovendien ook nog wat wilt sparen; want daar deed hij het voor.
    Ik heb in India nooit geld gegeven omdat ik me vaak afvraag of het echt, constructief, helpt, of omdat het onbegonnen werk is, maar ook omdat (door het kaste systeem) mensen hun lot accepteren.
    Toen de man me huilend vertelde dat hij geprobeerd had zijn jas te verkopen opdat hij geld naar zijn dochter kon sturen brak mijn hart.
    Als ik deze man niet zou helpen, dan zou ik nooit iemand kunnen helpen, tenminste niet voor een even goede reden.
    Ik gaf de man 500rp, een weekloon. Het is maar 10 euro, maar dat is hier echt veel! Maar het voelde goed. Tot ik wegliep, met de afspraak hem morgen weer te zien. Toen sleog de twijfel toe, ik zag hem praten met de bediening in het restaurant. Het zou toch niet? Ik kon en wilde niet geloven dat ik erin geluisd was. Maar met m’n Istanbul ervaring in m’n achterhoofd knaagde het toch ergens.
    Toen ik naar twee uur internetten de straat weer op liep kwam Baldey op me, een en al lach. Al mijn twijfel was in een klap weg. Hij zocht me, hij had een kado! Hij was naar z’n kamer gegaan en iets gezocht wat hij me kon geven.Hij gaf me een overhemd en liet vol trots zien dat er twee borstzakken op zaten, met knopen. Of het wilde dragen en af en toe aan het wilde denken. Een geschenk van een man die niets heeft! Met tranen in m’n ogen (en nu ik het schrijf weer) accepteerde ik zijn kado. Lachend spraken we af de volgende dag weer samen te eten.
    Tot over twee weken!

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum