Stukje Fietsen, enzo…

Stukje Fietsen, enzo…
Amsterdam – Beijing (?)

Weer in Iran!

May 31st, 2008
  • Beste Mensen!
    Ik schreef vanuit de bergen in Pakistan vlakbij de Afgaanse grens. Sindsdien is er veel gebeurd, en heb ik met name veel afstand afgelegd. Ik nam hetzelfde busje dat me op de heenweg bont en blauw had gehobbeld terug naar Peshawar. Daar zou ik m’n Iraanse visum op kunnen halen op de dag nadat ik er aankwam. Goed, Inshallah natuurlijk, en God wilde het niet. Na drie dagen was het zover, ik had m’n ‘authorisatie code’ (vraag me niet hoe en waarom, maar het is belangrijk om dat te hebben), en kon naar de ambassade. Ik stond er een uur voor openingstijd en dacht dat dat wel genoeg was, maar ik had beter moeten weten! Het enige wat ik die dag voor elkaar kreeg was de aanvraagfomulieren meekrijgen. De volgende dag stond ik er weer, met de juist miniscule pasfoto’s en alle vereiste kopieen. Na een interview met de consul bleek dat ik een ‘medical checkup’ doen. Door mijn eerdere ervaring met vergelijkbare zaken maakte ik me er niet al te druk om, maar het bleek om een HIV test tegaan. Tegenspruttelen hielp niet en er werd een schone (leek het) naald in m’n arm gezet. Een half uurtje later had ik een gesloten envelope in m’n handen die ik niet mocht openen! De artsen waren wel zo vriendelijk me te vertellen dat ik ‘redelijk gezond’ was. Na nog een tripje richting Bank en weer terug had ik dezelfde middag nog m’n visum in m’n handen.
    Ik wilde diezelfde avond nog uitchecken en had m’n tas daarom die ochtend al ingepakt en bij de receptie gezet. Maar de eenogige en humeurige hoteleigenaar vond dat ik nog een nacht moest betalen. Wetende dat de beste man altijd een pistool droen (zelfs als hij sliep!) maar ook wetende dat hij heel slecht kon zien ging ik ervandoor zonder extra te betalen. Heelhuids belande ik in de bus richting Lahore, en in Lahore in het guesthouse waar ik nu voor de 3e keer verbleef. Leuk om weer wat bekenden te zien en de Lonely Planet voor het midden oosten te bemachtigen.
    De volgende dag had ik gelijk een trein richting Quetta, riching Iran dus. De trein reed door een woestijn en doordat de ramen niet goed sloten kwamer er bergen zand naarbinnen zetten, en ‘s nachts, vreemd genoeg, bakken met water! Na 28, ip plaats van 24, uur kwam ik te laat aan om gelijk een bus te pakken naar de grens. Ik nam samen met Jun (uit Japan) intrek in een goedkoop hotelletje en de volgende dag stapten we in de nachtbus naar de grens met Iran. Ik had een iets (30 cent) duurder ticket geboekt en stond de bus te bewonderen terwijl de deuren nog dicht waren. Het zag er allemaal prachtig uit, de b us was gloednieuw, zou het een comfortable reis worden dan? Niet natuurlijk, de bus bleek op dwergformaat gebouwd te zijn. De stoelen waren miniscuul en zaten nog in het plastic. Dat was nantuurlijk vervelend, maar toen de motor ook nog eens iedere 10 kilometer uit begon te vallen begon het toch wel een van de minst fijne tochten van de afgelopen maanden te worden. 4 uur te laat kwamen we aan, precies op het moment dat de grens open ging!
    Samen met Joe (australie) en Jun stak ik de grens over, en Iran werde we eerst voor gelaten waarna we lang moesten wachten en erachter kwamen dat we een militaire wacht met ons meekregen. Hij had onze paspoorten in z’n bezit; veel keus was er dus niet. Het bleek verder dat de jurisdictie van de Iraanse grens politie heel klein is, ze mogen van wachtpost tot wachtpost reizen wat betekend dat wij bij iedere wachtpost moesten wachten op een nieuwe bewaker. Vijf uur later, in plaats van 1 uur, stonden we op het busstation in Zahedan waar we direct tickets naar Kerman konden krijgen.
    Wat een verademing om in een Iraanse bus te zitten! Standaard met airco, drinken, koekjes en beenruimte. En spotgoedkoop, 7 uur in die bus koste 2.5 euro. Met z’n drieen vonden we een kamer en de volgende dag verkenden we de bazaar en Hammam waar we schoon gescrubbed en –gesopt werden. Van alle Iraanse preutsheid (voor zover die uberhaubt bestaat) was daar totaal geen spraken, onze kleren werden ongeveer van ons lichaam getrokken.
    Jun vertrok alleen naar het zuiden, Joe en ik wat later richting Yazd. We stonden op straat een taxi naar ons toe te lokken, dat lukte vreemd genoeg niet en een meisje kwam ons helpen. Binnen de kortste keren had ze er een en legde ze de chaufeur uit waar we heen moesten en voor we het door hadden had ze betaald. Ik was vergeten dat dat gewoon was in Iran. Fantastsich natuurlijk. Het werd nog mooier, toen we op het bustation aankwamen was dat meisje erweer, ze was ons in een andere taxi gevolgd zodat ze ervoor kon zorgen dat we in de juiste bus terecht kwamen enzo.
    We werde dus uitgezwaaid en waren dezelfde avond nog inb Yazd, het plaatste waar ik afgelopen December kerst vierde! Het Silk Road Hotel daar heeft een nederlands eigenaar en is eigenlijk te duur voor mij, ware het niet dat er een koel slaapzaaltje is waar ik voor 3 euro kan slapen. Ik ben er nu 4 dagen geweest en heb weinig anders gedaan dan ‘uitrusten’ van het zware reizigersleven. En dat bevalt prima, ik zit hier met ontzettend intressante mensen om me heen: een airtraffic controller uit Madrid, twee voormalige politie agentes uit amsterdam, een 56 jaar oude zwitserse dame die in spanje uit de gevangenis is ontsnapt, een 25 jarige Canadees die een nederlands paspoort heeft van drop houdt maargeen nederlands spreekt. Gezellige avonden dus en lekker eten.
    Vandaag was ik van plan om verder te reizen, maar het blijkt dat de bus naar Mashad die ik wil pakken vol geboekt is tot dinsdag. Ik heb m’n plan dus veranderd en vertrek morgen richting Kashan, een klein stadje waar ik nog niet geweest ben. Op 9 juni pak ik de trein naar Damascus in Syria, waar ik 2 weken blijf voor ik rustig europa in reis!

    Tot in Syrie,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Ishpatta Baya!

May 17th, 2008
  • Beste Mensen,

    Twee weken geleden nam ik met m’n moeder een eiskoude trein naar Delhi, we zaten binnen met dekens om ons heen terwijl buiten alles verschroeide van de hitte. De trein had verder veel weg van een vliegtuig, er was een constante stroom aan drankjes en eten. In Delhi moesten we toch aan de hitte geloven, en ik nam had m’n laateste airco ervaring voor deze reis. Na een middagje winkelen was het zover, een taxi naar het vliegveld en toen was ik weer alleen! Gek toch steeds.
    Dezelfde avond nam ik nog een sleeper-bus naar Dharamsala, in de bergen, waar de Dalai Lama woont. Ik had in die bus het achterste, bovenste bed, hetgeen betekend dat je de helft van de tijd tegen het plafond gedrukt doorbrengt. Daar aangekomen kwam ik John en Chriss tegen, een stel dat ik tijdens m’n meditatie, in stilte dus, ‘ontmoet’ had. John ging een paar dagen later naar Pakistan, en dat was ook mijn plan!
    Drie dagen later zaten we dus om 5 uur ‘s ochtends in een rammelende bus richting de grens, na nog een hele hoop andere bussen, rickshaws en duane gedoe, dat allemaal prima op elkaar aansloot, stonden we in Pakistan, in Lahore. We checkten-in in de Regalle Internet Inn, de enige backpackers hangout in Lahore. Wat een verschil na India waar je nog redelijk wat toeristen tegenkomt (al vond m’n moeder het daar al weinig), hier waren we met z’n zevenen in een stad van 8 miljoen! Het effect van westerse media op het beeld van een land is heir duidelijk te merken, helaas, want het is een fantastisch land, met ontzettend vriendelijke mensen. En anders dan India. Mensen hoeven hier niet zo voor hun bestaan te vechten en zijn daardoor wat meer ontspannen, ook is er wat meer zelfrespect: mensen komen niet contstant (al doen ze het nog steeds) op je af met de meest voor de hand liggende vragen. Wat relaxter reizen dus!
    Ik was al eerder in Lahore geweest, en veel rondkijken hoefde wat mij betrefd dus niet, zeker aangezien het ruim boven de 40 graden was. Wel ging ik samen met een nederlander en een duitser ’s avonds naar een plek in de oude stad die bekend stond als ‘roze buurt’. Bestaat dat in een Islamitische Republiek? Ja dus, de prostituees worden hier ‘danzende meisjes’ genoemd en de huizen waarin ze wonen zijn ‘muziek winkels’. Daar rondlopen was genoeg om via allerlei mannen aanbiedingen te krijgen, varierend van 30 cent to 10 euro. En toen we op aanwijzing van een jongetje een steeg in liepen stonden daar in ene allerlei vrouwen mat make-up die ons aanspraken. Vreemde gewaarwordig hier! Met al ons geld nog in onze portomonee namen we een rickshaw terug.
    Ik had intussen gehoord dat er in het noorden van Pakistan, in het Hindu Kush gebergte, een festival zou zijn, na drie dagen reisde ik dus die kant op. Daarvoor moest ik eerst door Peshawar, de stad vlak aan de Afghaanse grens, waar dan ook voornamelijk Afghanen wonen. Hier was ik de eerste backpacker in HET guesthouse sinds een week! Na een dag door de oude bazaar te hebben gelopen en overal thee, Afgaanse groene thee, gedronken te hebben, zat in een minibus de bergen in. Het was een busje waar we in nederland met moeite 11 mensen in krijgen. Hier zaten we met z’n 21-en in, en 14 uur lang. Elk hobbeltje zorgde ervoor dat het raamkozijn tegen m’n hoofd aan klapte, en ik had nog 2 dagen een bult. Geradbraakt kwam ik ‘s ochtends aan in Chitral, de hoofdstad van het district; niet meer dan een straat. Daar sliep ik een nachtje, en keek ik een voetbalwedstrijd waar naar het schijnt, ooit het nederlands-ambassade team gespeelt heeft (dat is wat die lui doen!). De volgende ochtend per jeep de Kalash Valei in. Wauw. Een nauwe valei, tussen hoge rotsachtige bergen, vol met watertjes en overal, echt overal groen! De weg is nauwlijks begaanbaar, maar na twee uur hobbelen stond in ik Brun, een van de grotere dorpjes. Prachtig! De mensen hier zijn blanker dan Pakistanen. Sommigen zelfs echt blank en blond, en er zijn heel wat blauwe ogen. Het schijnt dat ze afstammen van de grieken die hier met Alexander de Grote kwamen. Of dat waar is weet ik niet, maar het zijn in ieder geval hele bijzondere mensen. Vrouwen dragen nog steeds traditionele kleding:

    HPIM3284.JPG

     

    en leven een open leven. Ik werd direct aangesproken: Ishpatta Baya! Welkom broer! En welkom voelde ik me! Ik vond een bed in een kamer die ik onder andere deelde met Malik, de eigenaar van de Ragalle Internet Inn in Lahore, hij was hier ook gekomen voor het festival dat de dag erop zou beginnen. Deze man , Malik, is een bijzondere man, een legende onder de backpackers, en bekend in Pakistan. Hij was ooit adviseur van Benazir Bhutto (voormalige premier van Pakistan) en woonde 8 jaar in haar huis. Ik bracht nu m’n middagen kaartend met hem door.
    Het festival duurde drie dagen en trok alle Kalash uit de omringende valeien aan. Maar naast de Kalash kwamen er ook heel wat rijkere moslims op af, net als ik als toerist. Maar met het grote verschil dat ze ongegeneerd met hun tong uit hun mond naar de ongesluierde, dansende, rokende en drinkende vrouwen stonden te staren.
    Het lente-festival was bedoeld voor de goede oogst dit jaar, en om families te herenigen na de koude winter. Er wordt veel tara (abrikozen likeur) gedronken en gedanst.
    Na drie dagen uitzicht over de groene valei vond ik het genoeg en ging ik terug naar Chitral, dat kleine hoofdstadje. Daar ben ik nu. Morgen ga ik terug naar Peshawar, waar ik als alles goed gaat, m’n Iraanse visum op kan halen. Binnen een week hoop ik in Iran te zijn! Vanuit daar een volgens bericht! 

     

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Met m’n moeder

May 2nd, 2008
  • Beste mensen,

    Vlak nadat ik de vorige keer schreef stond ik ‘s ochtends vroeg, veel te vroeg, op het vliegveld in Delhi, m’n moeder op te wachten. Ik was te vroeg, want ja, je weet maar nooit he? En alleen in India? Dat zag ze niet zitten.. Als een van de laatste kwam ze naar buiten. Heel erg leuk om haar na bijna vijf maanden weer te zien! We sprongen in een taxi, die aan de linkerkant van de weg reed… natuurlijk, maar dat is wat haar opviel. In Delhi had ik m’n kamer gehouden. Wat mij betreft een prima kamer, maar inderdaad was de badkamer niet brandschoon en lag de deksel van de wc er naast en was ie misschien een beetje klein, ach.. Diezelfde avond namen we nog een trein, maar we besloten toch even Oud Delhi in te gaan, even sfeer proeven. Natuurlijk namen we een fietsrisckshaw, in die stad wil je niet meewerken aan de vervuiling die de autorickshaws veroorzaken. Maar afdingen op zo’n fietsrickshaw kon echt niet hoor, volgens m’n moeder, die mannen zwoegden zo hard in de brandende zon. We lieten ons afzetten bij de Jame Mahsid, de vrijdag moskee, toen we daar zaten kwamen er direct allerlei mensen op ons af. Grappig, er kwamen nu zelfs tienermeisjes m’n hand schudden, dat hebben ze nooit eerder gedurft. Een moeder bij je hebben zal wel vertrouwen opwekken.
    ’s Avonds laat kwamen we in Agra aan. Weer met de fietsrickshaw, weer medelijden. We lieten ons afzetten, weer bij een hotel dat voor mij prima was, maar inderdaad misschien niet de standaard van beschaafde hollandse ouders. Daar stonden we vroeg op om de Taj Mahal vlak na zons opgang te bekijken. Tja, een indrukwekkend gebouw, wederom, maar het blijft een gebouw.. ’s Middags bezochten we nog het grote oude Mughal Fort wat daar ook staat en liepen we wat rond op een bazaar, in de belachelijke hitte. Die avond was het gelijk weer tijd voor de nachtrein naar Varanasi. Een beetje veel reizen in het begin, maar Agra is niet echt een stad waar je lang wilt blijven. Het op de trein stappen was al een beleving. Ik had zelden zo’n volle trein gezien, tenminste, in de gereserveerde klasse, er waren zeker twee keer zoveel mensen als bedden. En mijn bed werd bezet gehouden door drie politiemannen, krijg die er maar eens af! Maar goed, die verdwenen en we gingen slapen, tot ik midden in de nacht wakker werd van een moeder die zwetend naast me neerplofte, haar darmen waren gaan werken, zoals ze dat bij reizigers in India af en toe doen. Ze had koorts en voelde zich heel slap. Wat een drama! Eerste nacht in een trein, die ook nog eens overvol was zodat er mensen voor de wc lagen te slapen, en dan dit. Het leek heel erg, maar uiteindelijk kon ze met wat norit op toch nog redelijk slapen, ondanks dat er af en toe iemand bij haar op bed kwam zitten. In Varanasi regelden we op het perron een drager, die op zijn beurt een rickshaw chaufeur regelde en binnen een kwartier hadden we een kamer. En wat voor kamer! Er was airconditioning (!), een heerlijke warme (ja, dat heb je nodig met airco) douche, een televisie, een balkon en roomservice. Ongekende luxe voor mij, maar wel even goed, zeker nu het buiten 43.5 graden was! Die middag ging ik alleen het oude Varanasi in. Op m’n vorige reis heb ik hier in totaal ongeveer een maand rondgebracht omdat ik het zo’n fantastisch indrukwekkende stad vond, en dat vond ik ht nog steeds, er was erg weinig veranderd! Ik gerbuikte mijn tijd om daar een hotel te vinden die ouder-proof was. Het hotel waar we nu zaten was natuurlijk mooi, maar lag in het sfeerloze nieuwere deel van de stad, het zou jammer zijn daar meer tijd dan nodig door te brengen. Ik vond Maharadja kamer, direct aan de ganges met een koepel als dak, ramen die naar drie kanten uitkeken, ook een balkon en wederom airconditioning. De volgende ochtend voelde m’n moeder zich weer goed genoeg en vertrokken we per auto-rickshaw en toen die niet verder kon, met fietsrickshaw, en toen die niet verder kon door de te nauwe straatjes te voet naar deze fantastische kamer. Die dag liepen we rond door het doolhof van kleine straatjes en over de kades, die uit grote trappen bestaan, langs de ganges. Dat is waar het leven in de stad zich afspeelt. Mensen komen er om te baden, te bidden, te spelen, te eten, te sterven hun naasten te cremeren, om er gewoon te zitten of om er te kijken, als pelgrim of toerist. Het blijft ontzettend indrukwekkend om daar rond te lopen, hoe vaak je het ook ziet! Bij zonsondergang wordt er iedere dag een grote offerdienst gehouden langs de rivier waar duizende mensen op af komen. Een uur lang kijken voornamelijk pelgrims naar het spektakel waarbij jonge Brahmanen (priesters) met vuur rituele bewegingen en zang uitvoeren. We eten die avond bij de ‘German Bakery’, een redelijke betrouwbare plek die voor mijn moeder, na het trein-avontuur, een van de weinige ‘veilige’ opties lijkt te zijn. Dat is niet helemaal waar natuurlijk, maar wel goed te begrijpen. En ik klaag niet, want het eten daar was erg, heel erg, lekker. Ze hebben er zelfs Gouda kaas!
    Na 2 nachten als Maharadja’s stapten we vroeg op de trein naar Rishikesh. We hadden dit keer een wat duurdere klasse genomen; airconditioning in de trein! Op deze manier werden deze twee weken niet alleen voor mijn moeder een ervaring, ik zag India ook op een andere manier; vanachter verduisterd glas in de trein. In deze trein waren de bedden wat dikker, was het koud, kreeg je dekens (gekte eigenlijk), was het wat minder druk, waren er aardige mensen en werd ik verkouden…
    Heel vroeg kwamen we aan in Rishikesh en vonden een prima kamer, die weer wat meer leek op wat ik gewend was, maar goed, het was hier ook aanzienlijk minder warm dan in Varanasi, we waren richting de Himalaya gereisd.
    Rishikesh ligt, net als Varanasi, aan de Ganges, de heiligste rivier in India. Het grote verschil is dat de rivier hier nog schoon, ijskoud en ruig is. In de tijd dat wij er waren verdronk er zelfs een fransman/fins (werd niet duidelijk), en was zwemmen dus in ene niet erg verleidelijk meer. Verder is het een klein plaatsje, en het dorpje vlak erbuiten waar wij zaten stelde eigenlijk helemaal neits voor. Maar daar kom je dan ook niet voor. Rishikesh is al jaren de Yoga hoofdstad van de wereld, waar je ook kijkt zijn borden die adverteren met allerlei yoga cursussen. Die middag, in een backpackers restaurant kregen we gelijk aanbevelingen en diezelfde avond hadden we onze eerste yoga les. De komende 3 dagen hadden we 2 lessen van ruim 1.5 uur per dag en hadden het daar erg druk mee. Want als je ook nog goed wilt eten, een massage wilt krijgen en wilt uitrusten van die yoga dan hou je nauwlijks tijd over om de boel daar te bekijken. Na drie slopende dagen vertrokken we, weer heel vroeg, naar de bergen; naar Shimla.
    Shimla, is een ‘hillstation’, ligt dus op een berg, en was ooit, tijdens de Raj, de de ‘zomerhoofdstad’ van India. De engelse overheid trok als het te heet werd in Delhi met al hun papieren naar de bergen. En terecht! In vergelijking tot wat we inmiddels gewend waren was het er koel! In vergelijking tot Nederland was het er overigens nog steeds heet. De stad is nu voornamelijk populair als huwlijksreis bestemming voor de rijkere Indiers, en het wemelt er dus van de pas-gehuwden; schattig. Verder is de stad er enorm trots op schoon te zijn, en dat is de stad dan ook, zeker nadat we Varanasi gezien hadden! Twee nachten en wat rondlopen verder gingen we met het oude kleine boemel treintje naar beneden. Of tenminste, een stukje naar beneden, want na 43km stonden we stil om niet meer verder te gaan. De remmen zouden niet goed functioneren, of er was verwarring met het woord ‘break’ ontstaan, in ieder geval gingen we echt niet verder. Iedereen eruit dus op een afgelegen stationetje en met al die bagage, en velen op hoge hakken, van een stijl pad af naar de weg. Wij namen gelijk een rickshaw naar het dichtsbijzijnde dorpje en vonden daar gelijk de bus die ons naar onze bestemming, Kasauli, bracht. Daar kwamen we gisteravond aan. Kasauli is ook een hillstation, maar stukken kleiner en veel minder ‘ontdekt’. Het is hier erg mooi en heel erg groen, ondanks de droogte. Vanochtend hebben we een mooie wandeling door het eeuwenoude dorp gemaakt en langs de heuvels die uikijken op de Indus vlakte.
    Morgen ochtend vroeg nemen we een taxi naar het treinstation op die vlakte en dan met de sneltrein naar Delhi, om de verplichte inkopen te doen voor m’n moeder zondag naar Amsterdam vliegt.
    Dan ben ik dus weer alleen. En wat ik precies ga doen is nog niet duidelijk. Maar China lijkt er niet echt in te zitten, en het niet-vliegen bevalt mij prima, en wil ik dus doorzetten. Dat betekend alleen wel dat ik gelimiteerd ben, en aangezien mijn geld me verteld dat ik begin juli toch wel in de buurt van huis moet zijn denk ik dat ik rustig de terug reis ga ondernemen. Waarschijnlijk weer door Pakistan en Iran (geen straf!) En dan misschien omhoog naar de landen die erboven liggen. Of niet natuurlijk. Maar dat horen jullie tegen die tijd wel!

    Groetjes,
    Anne

    Lieve mensen, hier nog een kort stukje van de moeder van Anne, die zich geen betere gids kon wensen deze twee weken. India is daardoor een enerverende ervaring geweest voor mij, die soms te heftig was, maar merendeeel fantastisch is geweest. Het is vooral de wijze waarop mensen hier in grote getallen met elkaar en naast elkaar leven. Hoe het verkeer hier met elkaar geregeld is. Er lijken geen spelregels te zijn en alles komt gewoon goed, ofschoon je je hart vaak vasthoud en dikwijls denkt, dit kan toch niet,maar het kan allemaal hier. En het leuke van alles is niemand kijkt er van op…
    Het voedsel hier heeft langzaam moeten wennen, mede door mijn voedselvergiftiging meteen al in de eerste week, maar ook dat begint te wennen. Want niet erg went is de wijze waarop met afval wordt omgegaan, ofschoon ook dat een grote kringloop lijkt te zijn hier en alles komt uitendelijk wel ergens terecht en wat overblijft zijn de gekleurde restjes van plastic, die uiteindelijk soms op bloemen lijken in een open veld of ik zag het zelf voor waterlelies aan…
    Kortom hier wil ik het bij laten, het is een ervaring die in mijn geheugen gegrift zal staan.

    Groetjes Paula

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum