Stukje Fietsen, enzo…

Stukje Fietsen, enzo…
Amsterdam – Beijing (?)

Kado van een man die niets heeft

April 2nd, 2008
  • Ik wilde na mijn laatste verhaal wat meer details opschrijven, na alles bij elkaar zo’n jaar in India geweest te zijn lijkt het allemaal zo normaal. Ik besloot dus mijn ogen open te doen en meer om me heen te kijken. Zodra ik dat deed gebeurde er vanalles, vandaar nu alweer mail!
    Vanuit Puri ging ik een dagje naar Konark, daar is een belangrijke Hindu tempel. Maar ze hadden bedacht dat buitenlanders 25 keer zoveel moesten betalen als Indiers. Dat vond ik teveel van het goede, en besloot dus de tempel alleen vanaf de buitenkant te bekijken. Ik zat in de schaduw toen een vriendelijke man op me af kwam, hij stamde af van de bouwers van de tempel, de 29e generatie. Of ik mee wilde naar zijn huis? Ik zei gelijk ja; hij was vriendelijk! Maar tijdens de ongeveer 10 minuten naar zijn huis bedacht ik dat hij waarschijnlijk vanalles van me wilde of in ieder geval wat wilde verkopen. Maar ik zei niets, en kwam in zijn huis terecht bij twee zoons met een grote lach op hun gezicht. Ze waren beeldhouwers en lieten vol trots al hun beelden zien! Zijn vrouw bracht me wat te drinken en voor ik het wist kreeg ik een beeldje. De man ging zelfs naar de tuin om bloemen voor me te plukken! Nu kon het toch niet anders? Deze mensen wilden wat van me! Maar toen ik zei dat ik echt niet genoeg geld had om iets te kopen werd ik verbaasd aangekeken, dat was helemaal niet de bedoeling!
    Tweeendertig uur in de trein van Puri naar Delhi was het plan. Eerst moesten alle liedjes in mijn mobiel beluisterd worden, toen werden alle foto’s bekeken en mij sms-jes, in het nederlands, gelezen. Een strikte politieman op verlof arriveerde. Aardig maar wel heel strikt: geen chai voor het eten (slecht voor de vertering), geen ontbijt voor het tandenpoetsen (kon niet achterhalen waarom). En dat niet alleen voor hem, het gold ook voor mij! Bepaalde merken water mochten ook niet gedronken worden vond hij (die smaakten slecht). Het was uiteindelijk een opluchting toen hij uitstapte na een uurtje of 24. Toen was nog de familie in mijn compartiment met een schattig klein dochtertje die om de haverklap borstvoeding kreeg (en daar volgens mij al een tijdje te oud voor was) en vervolgens steeds alles onderplaste. Ze deden niet aan luiers, ook niet echt aan opruimen. Toen we wakker werden bleken een tas en slippers gestolen, niet van mij, maar het gtevolg was wel dat ik mijn slippers in ene met nog twee mensen deelde. Zonder dat ik hier overigens ook maar iets in te zeggen had!
    Verder was het een reis van veel in de deuropening zitten en het landschap voorbij zien denderen met een gangetje van 60km per uur, veel zwaaien, veel thee drinken en aan veel mensen vertellen waar ik vandaan kwam, hier deed en of ik India een ‘good country’ vond. Natuurlijk vond ik dat, en dat is ook zo; als het in een land leuk is om 35 uur, want dat was het uiteindelijk (10% vertraagd, dat doet de NS ze niet na!), in een trein te zitten, dan moet het wel een goed land zijn, toch?
    Gisteravond kwam ik dus in New Delhi station aan en nam de roltrap naar beneden. Bovenaan stond een man te twijfelen, hij bukte en zei een gebed. Het was overduidelijk zijn eerste keer op een roltrap. Heel aandoenlijk om hem zenuwachtig op de trap te zien staan, en z’n grote glimlach op z’n gezicht toen hij er weer af kwam.
    “You look like a doctor”, zo sprak Baldey me aan. We raakten aan de praat, ik eerst argwanend maar snel gerust gesteld, hij had een vreemd accent, hij kwam uit Buthan. Ik kon hem prima verstaan maar niet altijd volgen, hij kwam uit een andere wereld! Hij sprak over zijn dieren in Buthan en het materialisme in Delhi. Hij was hier net 3.5 maand. De 62 jarige man was met ‘pensioen’, maar in Buthan doen ze daar niet aan, en zodoende was hij dus alleen naar India gekomen zodat zijn zoon en dochter konden studeren terwijl hij hier geld verdiende als leraar.
    Ik heb nog nooit zo’n vrinedelijk man ontmoet. Hij miste z’n familie en z’n simpele, maar goede, leven in z’n dorp. Ik nodigde hem uit om te eten. Hij had tijdelijk werk nu; 100rp per dag 5 dagen in de week. 500 rp per week dus. Dat is heel weinig als je alleen bent en in een goedkoop hotelletje slaapt omdat op straat slapen echt geen optie is in deze jungle, en bovendien ook nog wat wilt sparen; want daar deed hij het voor.
    Ik heb in India nooit geld gegeven omdat ik me vaak afvraag of het echt, constructief, helpt, of omdat het onbegonnen werk is, maar ook omdat (door het kaste systeem) mensen hun lot accepteren.
    Toen de man me huilend vertelde dat hij geprobeerd had zijn jas te verkopen opdat hij geld naar zijn dochter kon sturen brak mijn hart.
    Als ik deze man niet zou helpen, dan zou ik nooit iemand kunnen helpen, tenminste niet voor een even goede reden.
    Ik gaf de man 500rp, een weekloon. Het is maar 10 euro, maar dat is hier echt veel! Maar het voelde goed. Tot ik wegliep, met de afspraak hem morgen weer te zien. Toen sleog de twijfel toe, ik zag hem praten met de bediening in het restaurant. Het zou toch niet? Ik kon en wilde niet geloven dat ik erin geluisd was. Maar met m’n Istanbul ervaring in m’n achterhoofd knaagde het toch ergens.
    Toen ik naar twee uur internetten de straat weer op liep kwam Baldey op me, een en al lach. Al mijn twijfel was in een klap weg. Hij zocht me, hij had een kado! Hij was naar z’n kamer gegaan en iets gezocht wat hij me kon geven.Hij gaf me een overhemd en liet vol trots zien dat er twee borstzakken op zaten, met knopen. Of het wilde dragen en af en toe aan het wilde denken. Een geschenk van een man die niets heeft! Met tranen in m’n ogen (en nu ik het schrijf weer) accepteerde ik zijn kado. Lachend spraken we af de volgende dag weer samen te eten.
    Tot over twee weken!

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Fietsende vrouwen

March 26th, 2008
  • Beste mensen,

    De tijd gaat hard, en de eilanden waar ik een week geleden nog was lijken heel ver weg! Na mijn vorige verhaal hadden we nog een week op de Andaman Islands. We wilden die doorbrengen in een minder toeristisch gebied, we namen een 10 urige busrit naar het noorden, die bus reed weer door het gebied met inboorlingen waar we geen foto’s van mochten maken en die we geen eten mochten geven (er stond een bord, echt net een dierentuin!). Mayabunder, een hoofdstad van het een of ander, bleek een heel vriendelijk dorpje waar we het ons tot doel stelden in ieder chai (thee) stalletje een kopje te drinken, dat lukte aardig maar we hadden het er ruim 2 dagen druk mee:

    Na nog 3 nachten in een paal hut en eten in het enige restaurant waar er 3 uur tussen het bestellen en het krijgen van je eten zat (alle koks waren tegelijk op cursus gestuurd) was het weer tijd voor de drie dagen op de boot terug naar het vaste land. Het was exact dezelfde boot die we op de heenweg ook hadden gehad en we hadden zelfs dezelfde bedden! Weer hadden we kakkerlakken, vieze wc’s, lampen die de hele nacht branden en een hoop herrie. Het verschil was dat we zelf meer eten mee hadden genomen en dus minder in het ‘restaurant’ hoefden te eten, verder waren er nu bijna geen andere backpackers en stond de zon aan een andere kant en waren de plekjes in de schaduw dus ergens anders, want we voeren naar het noorden! We waren op weg naar Kolkata (vroeger Calcutta), een gigantische stad in noord-oost India. Voor we aankwamen pikten we nog een milde versie van Holi (het verf smijt festival) mee op de boot:

    Toen we van de boot af waren was het in ene weer heel erg India! Drukke bussen, schreeuwende mensen, overal mensen, overal vuil. Toen pas merkte ik hoe rustig de eilanden eigenlijk waren, en hoe anders de mensen daar. Dat was meer vakantie, dit meer reizen. Na een douche die we heel hard nodig hadden zaten we met schone kleren heerlijk te eten ergens op straat. Dat gaat heel goed in Kolkata, er is overal ontzettend lekker eten te krijgen, en het is ook nog eens erg goedkoop allemaal. Volgens mij is Kolkata de goedkoopste stad van India, waarschijnlijk een gevolg van het fijt dat het ook een van de armste steden is. Lotte en ik brachten ons laatste twee dagen samen door met het rondlopen door de stad en mensen kijken; overal gebeurd wel wat en een dag op een straathoek thee drinkend doorbrengen is hier niet vervelend!
    Eergisteravond hadden we ons laatste avondmaal op een dakterras in een ‘duur’ hotel. Het fantastische uitzicht en de Portugese kip koste 4 euro per persoon. Gisterochtend vertrok mijn trein vroeg naar Bhubaneswar, vreemd na bijna 2 maanden weer alleen! En jammer als je in een saaie stad aankomt waar weinig te beleven is. Het is eigenlijk een stad als alle andere kleine steden net niet de anonimiteit van een grote stad, net niet meer de intimiteit van een dorpje. Het leuke aan Bhubaneswar is dat vrouwen er op fietsen rondrijden, dat is bijzonder in India! Vanochtend heb ik daar de tempels bekeken en toen de bus naar Puri gepakt, een uurtje verderop. Puri is een kleiner stadje en ligt aan de zee. Het is een van de vier heiligste plekken in India, en stikt van de pelgrims waaronder veel westerse hare hare krisjna’s.

    Volgende week vertrek ik naar het noorden, ik ga 10 dagen lang m’n mond houden in een meditatie retreat. Vier jaar geleden heb ik dat ook al gedaan, en toen was het me erg goed bevallen! Een paar dagen nadat ik daaruit kom, als ik het volhoud, dan komt mijn moeder naar Delhi gevlogen en ga ik 2.5 week met haar reizen. Twee totaal verschillende dingen dus om naar uit te kijken

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Taart aan het strand

March 10th, 2008
  • Beste mensen,

    Terug uit het paradijs! Ruim drie weken geleden, gelijk na m’n vorige verhaal, vertrokken we ‘s ochtends per boot naar Havelock Island, 1 van de eilanden in de Andaman Islands, waar toeristen heen mogen en waar resorts zijn. We wilden daar een nachtje blijven voor de boot naar Long Island, een veel minder ontwikkeld eiland waar maar heel weinig mensen wonen, gingen. De volgende ochtend stonden dus al vroeg klaar om kaartjes naar Long Island te kopen. Maar je voelt het aankomen, dat lukte niet. Lotte was tot nummer 4 in de ‘ladies Q’ gevorderd toen het loket dicht gesmeten werd, uitverkocht! Even balen, maar toen een mooi hutje gevonden waar we het wel even vol konden houden. Toen begonnen ons ook allerlei ‘reizigers geruchten’ (verhalen met een kern van waarheid die bij ieder gesprek aangedikt of veranderd worden, bewust of onbewust door taalproblemen) te bereiken over het niet meer kunnen kamperen op Long Island, hetgeen precies ons plan was! Toen de geruchten even aanhielden besloten we maar op Havelock Island te blijven en daar dan maar van te genieten. Dat bleek geen probleem:

    HPIM3284.JPG

    HPIM3293.JPG

    Na bijna een week slaagde Adi (Israelische die we de dag ervoor ontmoette) erin ons over te halen toch maar mee te gaan naar Long Island. De geruchten waren intussen iets minder heftig geworden; mensen werden niet meer gedeporteerd. Dus daar stonden we weer, ’s ochtends om 06:30 in de rij terwijl ze pas om 09:30 met kaartjes verkopen begonnen. En toen Adi aan de beurt was bleek ze maar twee kaartje te mogen kopen. Na wat ruzie met een corupte agent, die alle kaartje opkocht, slaagte Lotte erin alsnog een derde kaartje te bemachtigen. Zo waren we alsnog per boot opweg naar Long Island! Op de boot kwamen we Harry en Milly, en engels stel, tegen die ook wilden kamperen, maar op een ander eilandje vlakbij Long Island, dat echt onbewoond was. Of we mee wilden? Ja, natuurlijk. Op Long Island aangekomen gingen we dus gelijk op zoek naar een visser die ons over wilde zetten. En toen vonden we de waarheid achter de geruchten. Er was een paar dagen eerder een visser gevangen genomen omdat hij kampeerder naar een eiland had gebracht. Het kamperen was verboden geworden, of eigenlijk was er een nieuwe hoofdinspecteur bij de politie die bedacht had dat hij de wetten ook ging hanteren. Goed natuurlijk, maar vervelend voor ons. Alhoewel, we hadden nog steeds niet van een officiele instantie gehoord over dit verbod. Genoeg reden voor Lotte, Adi en mij om de volgende ochtend een jungle-tocht te ondernemen. Drie uur lang ploechten we door dicht oerwoud over miniscule paadjes om uiteindelijk op het strand door hoog-tij gestopt te worden. Op de plek waar we vast zaten was een opening in de jungle, gelijk aan het strand die een prima kampeerplek leek, zeker voor een eerste nacht. We besloten onze spullen daar te laten en ik ging nog een keer op en neer om meer spullen te halen. En wat bleek, als je het eiland doorstook zaten we slechts 20 minuutjes van het dorp. En toen ik weer in het kamp kwam waren Lotte en Adi er inmiddels achtergekomen dat er vlakbij drinkwater naar beneden kwam. Een ideale plek dus!

    De volgende middag liep ik met Adi mee terug, ze moest alweer weg, en hoorde in het dorpje via andere backpackers over een aardbeving in Indonesie en een mogelijke tsunami! Shit. Snel naar de politie om te kijken wat hier waar van was. Die wisten er weinig vanaf en ook in het dorp wist de lokake bevolking van niets. Dus snel terug naar het kamp om Lotte, Harry en Milly te waarschuwen en een hoger plekje te zoeken voor het geval er iets van waar was. Halverwege kwam ik hen al tegen. Ze waren op het strand al gewaarschuwd door een andere bacjpacker die het hele eiland ongeveer over gelopen is om iedereen te waarschuwen. Goed, een nachtje in het guesthouse dus maar, op een zacht matras!
    De volgende ochtend bleek er geen tsunami geweest te zijn, gelukkig, en konden we dus wee terug naar ons kamp en wisten we dat, mocht er wel een komen, dat er een goed waarschuwingssysteem was!
    Toen begon het relaxte leven! Naast eten koken, water halen en hout voor het vuur verzamelen is er niet zoveel te doen op zo’n eiland. En dat kan je op verschillende manieren invullen. Ik ging ‘dingen bouwen’, het eerste project was een tafel:

    HPIM3328.JPG

    toen volgde een oven (en taarten en koekjes):

    HPIM3420.JPG

    Voor ons was het allemaal prima, en we bleven in totaal 2 weken kamperen. Maar voor Harry en Milly liep het wat minder goed af, Harry stapte na 2 dagen met z’n teen in een injectie naald! Bizar, zo’n eiland is wel de laatste plek waar je dat verwacht! Maar goed, genoeg reden om een goed zieken huis voor een behandeling op te zoeken. En zodoende waren we onze directe buren kwijt, jammer.
    Na twaalf dagen lang iedere ochtend om 05:30 wakker gemaakt te zijn door de zon:

    HPIM3434.JPG

    vonden we het genoeg, en gingen we terug naar Port Blair om boot tickets terug naar vaste land te kopen. Gisterochtend namen we een klein bootje naar het grote eiland vanwaar we (na weer ticket gedoe) een bus vonden naar Port Blair. Deze bus gaat door een tribal gebied. Het was dus een beetje vreemd ‘aapjes kijken’. De tribes die er wonen, de Jarawahs, zijn zwarte mensen die naakt (afgezien van een touwtje) met pijl en boog rondlopen. We zagen er een paar, in een flits, terwijl we in een konvooi reden met een dronken, zwaar gewapende politie agent in de bus die ons moest beschermen mochten de tribals ons aanvallen.
    Vandaag was het regel dag. En we begonnen met tickets voor de boot naar Calcutta. Na onze ervaring en verhalen van anderen verwachten we dat dit lastig ging worden, maar om 12:00 stonden we met kaartjes voor 19 maart in onze hand. Verder alvast wat treinkaartjes gekocht, een ticket voor de bus voor morgen naar Mayabunder (een plaatsje 10 uur rijden hier vandaan), permit verlenging om hier te blijven en een hoop geinternet!

    Over 12 dagen zijn we weer op het vaste land, en dat lijkt me een mooi moment om weer eens wat te schrijven! Ik heb naast de foto’s in dit verslag nog wat meer online gezet (zie het fotoalbum)

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

De Director: “Ok, I give you the ticket”

February 16th, 2008
  • Beste Mensen!
    Het is alweer een tijdje geleden dat ik schreef, en dat komt vooral doordat ik steeds het gevoel heb dat ik niets te vertellen heb, alles lijkt intussen zo ‘normaal’ voor mij. Maar ik denk dat het voor iemand in nederland toch de moeite waard is te lezen over wat ik mee maak.
    Ik was gebleven in Hampi, precies 2 weken geleden. De laatste dagen daar heb ik gebruikt om bij te eten nadat ik tijdens de malaria niet zo veel gegeten had, en te zien wat er te zien was. Toen besloten we naar Chennai te gaan, we moesten tickets kopen voor de boot naar de Andaman Islands. Vier jaar geleden was dat een heel gedoe, maar aan de telefoon merkte ik dat het systeem veranderd was, en als je iets veranderd, dan verbeter je het, leek mij. Ik was dus gematigd optimistisch wat betrefd het kopen van tickets. Na een nacht en een middag in de trein vonden we een kamer in Chennai, en vonden we het tijd voor een ‘avondje uit’. We gingen een aantal bioscopen af en vonden er zowaar een die een Engelse film vertoonde! Heel raar om daar in een koude bioscoop zaal te zitten, waar alles schoon is, met flatscreen monitors in de wc’s en met upper-class Chennai. En nog veel vreemder om daarna naar buiten te lopen, de hitte, drukte, herrie en geur weer in.
    ‘s Ochtends gingen we ons geluk proberen, een ticket kopen. Het systeem was inderdaad veranderd. Zodra we binnenkwamen en de mensen van de informatie hoorden dat we bunk-class tickets wilden (dat zijn de goedkoopste), werd ons direct duidelijk gemaakt dat die uitverkocht waren. Balen, maar even om ons heen kijken zei genoeg. De mensen die daar zaten te wachten waren duidelijk geen mensen die duurdere kaartjes konden betalen. Er moesten dus nog wel kaartjes zijn! We liepen naar een balie, en vroegen de beste man daar of er nog kaartjes beschikbaar waren. Hij versprak zich, en zei dat dat inderdaad zo was, waarop de mensen van de informatie kwaad op hem werden. Zij hadden ons graag kaartjes voor de cabin-class verkocht, die ruim twee keer zo duur en niet veel goedkoper dan het vliegtuig waren. Nu we dus wisten dat er nog kaartjes waren, en de heren die niet aan ons wilden verkopen; ‘no authority’, was het dus wachten op de director. Die verscheen om een uur of 11, en we werden ontboden op zijn kantoor. De Director is bijna een god daar (vandaar de hoofdletter). Zijn personeel staat in de rij om iets aan hem te vragen, en door hem heen praten is uit den boze. We kwamen te weten dat de tourist quota vol was, we moesten de dag voor het vetrek van de boot maar terug komen en hopen dat er iets gecanceled was. Onze namen werden op de waiting list, een vodje papier dat het einde van de middag waarschijnlijk nog niet eens haalde, gezet. Dat was dat, poging 1.
    We hadden 5 dagen voor we terug moesten komen. En ondanks dat Chennai best een aardige stad is, was dat net even teveel. We besloten dezelfde middag nog een bus naar Mamalapuram, een plaatsje vlakbij met mooie tempels, en nog belangrijker, strand, te nemen. Op het busstation zagen we een heel klein baby’tje, dat ontzettend ziek leek te zijn in de armen van een moeder. We hadden alletwee het idee dat het kindje aan het sterven was, het zag er echt heel slecht uit. Toen de moeder weg was besloten we alsnog er achteraan te gaan; misschien konden we helpen. We vonden de moeder, en praten via iemand die voor ons vertolkte met haar, en ze bleek geen hulp nodig te hebben. Achteraf weet ik niet of ik me moet schamen om de gedachte dat “ik ‘rijke’ westerling dit arme zieke kind wel even kan helpen door wat geld te geven”, of dat het juist goed is om op deze manier mensen proberen te helpen.
    Na 5 dagen aan het strand, die voor Lotte redelijk saai waren omdat ze zich op de eerste dag behoorlijk verbrande door te lang in de zon te liggen was het tijd om terug te gaan naar Chennai om opnieuw kaartjes proberen te kopen. Een kamer vinden in Chennai was lastiger, maar we vonden wat. En stonden de volgende ochtend om 10:30 weer op het Shipping Corporation of India kantoor, op zoek naar Alex, de beheerde van de waiting list. Die riep ons zowaar na ongeveer een half uurtje naar binnen, voor wederom een interview met de Director. Het bleek een andere man te zijn, nog meer uit de hoogte, en hij had er plezier in om de macht die hij had tot het uiterste te gebruiken. We vertelden ons verhaal: we waren al eerder geweest, hadden weinig geld (ik ben zelfs niet naar India komen vliegen te duur! heb de bus genomen!) en wilden heeeeel graag de volgende dag met de boot mee. Hij kapte me af, en doorpraten was erg onbeleefd volgens hem. Ik was bijna aan het buigen en z’n voeten aan het kussen. Maar nee. First-class cabin, dat konden we krijgen. En die tickets waren zelfs duurder dan het vliegtuig! En anders konden we mee op de volgende boot, 8 dagen later. Daar gingen we mee accoord tot bleek dat we dan de komende paar dagen in Chennai moesten blijven en een aantal keer meer op zijn kantoor moesten komen. Toen werden we stil. Geen eilanden dus. Lotte en ik stonden allebei na te denken, geen idee wat we moesten doen. Veel geld betalen was niet echt een optie, lang wachten in Chennai ook niet echt. We besloten min of meer dat we dan maar op moesten geven, toen onze stilte na ongeveer een kwartier doorbroken werd door door de Director met de verlossende woorden: “Ok, I give you the ticket”. Zo simpel? We konden het niet geloven, en zaten heel stilletjes, nog maar niet al te blij in een hoekje van het kantoor te wachten. Toen we eenmaal ons geld hadden overhandigd en onze tickets uit de machine kwamen rollen was het echt! We gaan naar de eilanden! Super!
    De rest van de dag waren we bezig een brander te kopen waarop we kunnen koken op de eilanden, en matrassen om op te slapen. Die avond vierden we ons ticket-succes met een fantastische maaltijd en de volgende ochtend zaten we te wachten voor de boot. Daar kwamen we meer backpackers tegen. Een aantal was het ook gelukt de goedkope tickets te krijgen, maar de meesten waren gezwicht en hadden het dubbele betaald! Ook kwam ik Camillio, een Italiaan uit Iran weer tegen!
    Ook het op de boot komen was anders, we moesten dit keer met de bus naar de boot toe. Er kwamen wat pendelbussen die uiteraard overvol raakten, belachelijk veel geld kostten, ook voor Indiërs, en achteraf een hele grote omweg maakten om bijna op dezelfde plek uit te komen. Daar kregen we de ‘medical checkup’ die niets meer inhield dan de vraag: “are you ok?”, werd onze bagage door een belachelijke security check gehaald en liepen we het schip op! We sliepen bunk-class, hetgeen zoveel inhoud als slapen onderin de boot in stapelbedden waarvan er 92 in een ruimte staan. Op zich kan dat prima zijn. Maar deze bedden waren niet de schoonste bedden, niet de grootste (1.90m lang, precies genoeg voor mij), en ze zaten vol kleine kakkerlakken. Verder gaan de lichten in de bunk nooit uit en slaap je dus in tl-licht. Dat is opzich allemaal nog wel te doen, de kakkerlakken merk je niet echt op als je slaapt; of ze blijven uit de buurt als je slaapt, of ze zijn zo klein dat je ze niet voelt, tenminste, als het voor een nachtje was. Maar we gingen 3 nachten op die boot doorbrengen. En dan wordt het toch wel een uitdaging. Zeker als blijkt dat er slechts af en toe water beschikbaar is in de toiletten en de indiers niet eens de moeite nemen een wc in te stappen om te plassen en het dus gewoon op de grond doen. Maar goed, na 65 uur op die boot, 3 verbazingwekkend goede nachten, wat minder goed eten, veel leuke gesprekken met de andere backpackers, veel lezen kwamen we aan op de Andamans! We voeren tussen prachtige eilanden met witte stranden, zagen dolfijnen en vliegende vissen.
    De Andaman Islands is een verzameling van ongeveer 500 eilanden die 1000km uit de kust van India liggen, ten oosten van Chennai en te zuiden van Calcutta. Eigenlijk is het veel dichter bij Thailand dan bij India, slechts 250km, maar toch horen ze bij India. Er is dan ook IST, Indian Standard Time, en zonsondergang is rond 17:30 hetgeen heel vroeg is als je zo zuidelijk zit. Port Blair is de hoofstad, en daar kwamen we gisteren dan ook aan. Na een hoop gedoe om een hotel te vinden, alles was vol! Kon me ik me voor het eerst in drie dagen wassen, en aten we goed eten. Heerlijk! Gisteravond en vanochtend zijn we verder gegaan met het voorbereiden van ons kampeer avontuur. Bijna alle backpackers van de boot hebben hetzelfde plan als ons: kamperen op Long Island. Dat is een bijna onbewoond eiland met een strand waar drinkwater uit een bron te krijgen is. Ideaal dus! Maar wel jammer dat er zoveel mensen heen gaan. Morgen nemen we een boot die een stukje de goede kant op gaat, vanaf dan zijn we buiten bereik van de bewoonde wereld. De komende weken zal ik niet in de buurt van Internet zijn, en waarschijnlijk is er ook heel weinig telefoon mogelijkheden. Ik weet niet precies wanneer we weer in aanraking met de beschaving gaan komen, maar dan dus verhalen over overleven op een eiland met een wit strand, palmbomen en blauwe zee!

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

Malaria: negative, postive, negative?

February 2nd, 2008
  • Mensen,

    Twee weken geleden schreef ik vanuit Goa, ik sliep toen in m’n tipi:

    De volgende dag was het zaterdag, en tijd voor m’n eerste en laatste Goa Party. We hoorden dat er om 3 uur ‘s middags een begon. Ik ging er met Atakan, een Turkse vriend, heen en tot 10 uur werd er op het strand trance muziek gedraaid, erg gaaf en vermoeiend, 10 uur voelde als 5 uur ‘s ochtends. De volgende dag was het tijd om uit Goa te vertrekken voor ik bleef plakken, op naar Hampi.
    Ik werd door m’n vrienden op de bus gezet, en een aantal lokale bussen stond ik op een groot busstation alwaar die avond een bus richting Hampi vertrok. Ik had besloten een ‘lokale’ bus te nemen, die was bijna 4 keer zo goedkoop als de toeristenbussen die hier inmiddels, naar Thais model, zijn. Opzich is zo’n bus prima, afgezien van het feit dat het een beetje krap is, maar ik had pech. Ik kwam terecht naast een dronken indier die constant over mij in elkaar stortte en over de mensen voor hem heen kotste. En tot overmaat van ramp zat er vrouw achter me, ze leek 100 maar was waarschijnlijk 50, die minstens zo dronken was en de hele tijd een 2 liter fles stinkend rijstbier open had. Ze was extreem luidruchtig, maar mijn pogingen haar stil te krijgen werden waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd en het leek alsof ze me probeerde te zoenen. Na een slaaptechnisch dus niet zo geslaagde busrit kwam ik om 5 uur ‘s ochtends aan in de buurt van Hampi alwaar om 7 uur een korte busrit me naar de plek bracht waar ik zijn wilde. Daar vond ik het guesthouse waar ik 4 jaar geleden ook geslapen had. Het was, afgezien van de prijzen, nauwelijks veranderd, en ik kon een kamer krijgen. En daar begint dit verhaal eigenlijk.
    Ik ging even liggen, ik was tenslotte moe, en werd wakker met koorts. Balen, maar goed: India, kan van alles zijn. Dus een dag afgewacht en toen toch maar wat paracetamol ingenomen. Dat hielp eigenlijk nauwelijks, en na 3 dagen koorts maakte ik me een beetje zorgen. ‘s Ochtends voelde ik me goed genoeg om naar de dokter te gaan, die ik vertelde dat ik vermoede dat ik malaria had. Hij vertelde me dat ik dan te ziek zou zijn om naar hem toe te komen en dat dus onwaarschijnlijk was. Ik hield aan en we deden een bloedtest. Die gaf hem gelijk, ik had geen malaria! Nee, het was keelontsteking. Na nog twee dagen keelontsteking had ik geen pijn in m’n keel maar wel nog steeds af en toe koorts, het was avond en ik was ongerust, maar dacht dat ik nooit meer bij een dokter zou kunnen komen voor de volgende dag, Hampi is een beetje afgelegen. Gelukkig was er ongelofelijk vriendelijke indier die aanbood mij naar een ziekenhuis te brengen. Het was een uur achterop de motor om er te komen. Daar werd een uitgebreide bloedtest gedaan en bleek ik inderdaad Malaria te hebben!

    Even schrikken, maar goed, eigenlijk alleen maar goed om te weten en zo slecht voelde ik me niet. Ik kreeg medicijnen, 5 verschillende soorten, voor een week.

    De medicijnen deden langzaam hun werk, en de malaria nam een vaste tijd waarop de koorts kwam: ‘s avonds vanaf een uur of 6 tot halverwege de nacht. Tijdens de koorts voelde ik me slecht, maar ‘s ochtends was het alsof er niets aan de hand was. Op de laatste dag van m’n malaria medicijnen kwam Lotte, een vriendin uit nederland (haar website), en eigenlijk ging het vanaf dat moment ook beter. Ik was nog niet helemaal beter en ging langs de dokter waar ik als eerste heen was gegaan, die een negatieve test had gedaan. Dit keer keek hij naar de positieve test die ik mee had genomen en was verbaasd: ‘je hebt helemaal geen malaria!’. Onzin natuurlijk, en dat vertelde ik hem ook, hij stuurde me door naar een ‘dokter of medicine’ (wat was hij dan?). Daar aangekomen mochten we wachten in de ‘injection room’ en waren we getuige van vele injecties. En toen het mijn beurt was vertelde de dokter, die zich duidelijk belangrijk en druk voelde, me dat ik toch wel malaria had en dat ze me te weinig medicijnen hadden gegeven voor het type malaria dat ik had. Ik kreeg meer en sterkere medicijnen, dit keer slechts 3 dagen. En naast pillen kreeg ik nu ook injecties, fijn! Maar die dingen werkten ontzettend goed! Vanaf dat moment heb ik geen koorts meer gehad: wat een opluchting. Ik was van de malaria af, maar ga de medicijnen toch afmaken voor het geval er stiekem ergens een parasiet achtergebleven is. Zodra ik beter was heb ik m’n ouders gebeld om ze te vertellen dat ik überhaupt malaria heb gehad, ik had dat stil gehouden omdat ze zich anders onnodig ongerust zouden maken (hoop ik). Nu ze het weten kan ik deze blog schrijven.
    Lotte en ik hebben besloten een tijdje samen te gaan reizen, en blijven eerst nog een paar dagen hier. Ik ben hier nu 2 weken, maar heb nog nauwelijks iets gezien. En 12 februari zijn we van plan de boot naar de Andaman Islands te nemen, die doet er 3 nachten over en het is bepaald geen cruise, maar dan kom je aan in het paradijs, hetgeen de moeite dus wel waard is! Verder kreeg ik gisteren een email van m’n moeder, die komt me april opzoeken! Goed, dat was het weer. Mocht ik mooie dingen meemaken voor ik naar de eilanden vertrek dan komt er nog een verhaal voor de twaalfde anders zullen jullie moeten wachten tot na de 15e.

    Groetjes,
    Anne

  • Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
  • Mijn fotoalbum

« Previous Entries Next Entries »