Kado van een man die niets heeft
April 2nd, 2008Ik wilde na mijn laatste verhaal wat meer details opschrijven, na alles bij elkaar zo’n jaar in India geweest te zijn lijkt het allemaal zo normaal. Ik besloot dus mijn ogen open te doen en meer om me heen te kijken. Zodra ik dat deed gebeurde er vanalles, vandaar nu alweer mail!
Vanuit Puri ging ik een dagje naar Konark, daar is een belangrijke Hindu tempel. Maar ze hadden bedacht dat buitenlanders 25 keer zoveel moesten betalen als Indiers. Dat vond ik teveel van het goede, en besloot dus de tempel alleen vanaf de buitenkant te bekijken. Ik zat in de schaduw toen een vriendelijke man op me af kwam, hij stamde af van de bouwers van de tempel, de 29e generatie. Of ik mee wilde naar zijn huis? Ik zei gelijk ja; hij was vriendelijk! Maar tijdens de ongeveer 10 minuten naar zijn huis bedacht ik dat hij waarschijnlijk vanalles van me wilde of in ieder geval wat wilde verkopen. Maar ik zei niets, en kwam in zijn huis terecht bij twee zoons met een grote lach op hun gezicht. Ze waren beeldhouwers en lieten vol trots al hun beelden zien! Zijn vrouw bracht me wat te drinken en voor ik het wist kreeg ik een beeldje. De man ging zelfs naar de tuin om bloemen voor me te plukken! Nu kon het toch niet anders? Deze mensen wilden wat van me! Maar toen ik zei dat ik echt niet genoeg geld had om iets te kopen werd ik verbaasd aangekeken, dat was helemaal niet de bedoeling!
Tweeendertig uur in de trein van Puri naar Delhi was het plan. Eerst moesten alle liedjes in mijn mobiel beluisterd worden, toen werden alle foto’s bekeken en mij sms-jes, in het nederlands, gelezen. Een strikte politieman op verlof arriveerde. Aardig maar wel heel strikt: geen chai voor het eten (slecht voor de vertering), geen ontbijt voor het tandenpoetsen (kon niet achterhalen waarom). En dat niet alleen voor hem, het gold ook voor mij! Bepaalde merken water mochten ook niet gedronken worden vond hij (die smaakten slecht). Het was uiteindelijk een opluchting toen hij uitstapte na een uurtje of 24. Toen was nog de familie in mijn compartiment met een schattig klein dochtertje die om de haverklap borstvoeding kreeg (en daar volgens mij al een tijdje te oud voor was) en vervolgens steeds alles onderplaste. Ze deden niet aan luiers, ook niet echt aan opruimen. Toen we wakker werden bleken een tas en slippers gestolen, niet van mij, maar het gtevolg was wel dat ik mijn slippers in ene met nog twee mensen deelde. Zonder dat ik hier overigens ook maar iets in te zeggen had!
Verder was het een reis van veel in de deuropening zitten en het landschap voorbij zien denderen met een gangetje van 60km per uur, veel zwaaien, veel thee drinken en aan veel mensen vertellen waar ik vandaan kwam, hier deed en of ik India een ‘good country’ vond. Natuurlijk vond ik dat, en dat is ook zo; als het in een land leuk is om 35 uur, want dat was het uiteindelijk (10% vertraagd, dat doet de NS ze niet na!), in een trein te zitten, dan moet het wel een goed land zijn, toch?
Gisteravond kwam ik dus in New Delhi station aan en nam de roltrap naar beneden. Bovenaan stond een man te twijfelen, hij bukte en zei een gebed. Het was overduidelijk zijn eerste keer op een roltrap. Heel aandoenlijk om hem zenuwachtig op de trap te zien staan, en z’n grote glimlach op z’n gezicht toen hij er weer af kwam.
“You look like a doctor”, zo sprak Baldey me aan. We raakten aan de praat, ik eerst argwanend maar snel gerust gesteld, hij had een vreemd accent, hij kwam uit Buthan. Ik kon hem prima verstaan maar niet altijd volgen, hij kwam uit een andere wereld! Hij sprak over zijn dieren in Buthan en het materialisme in Delhi. Hij was hier net 3.5 maand. De 62 jarige man was met ‘pensioen’, maar in Buthan doen ze daar niet aan, en zodoende was hij dus alleen naar India gekomen zodat zijn zoon en dochter konden studeren terwijl hij hier geld verdiende als leraar.
Ik heb nog nooit zo’n vrinedelijk man ontmoet. Hij miste z’n familie en z’n simpele, maar goede, leven in z’n dorp. Ik nodigde hem uit om te eten. Hij had tijdelijk werk nu; 100rp per dag 5 dagen in de week. 500 rp per week dus. Dat is heel weinig als je alleen bent en in een goedkoop hotelletje slaapt omdat op straat slapen echt geen optie is in deze jungle, en bovendien ook nog wat wilt sparen; want daar deed hij het voor.
Ik heb in India nooit geld gegeven omdat ik me vaak afvraag of het echt, constructief, helpt, of omdat het onbegonnen werk is, maar ook omdat (door het kaste systeem) mensen hun lot accepteren.
Toen de man me huilend vertelde dat hij geprobeerd had zijn jas te verkopen opdat hij geld naar zijn dochter kon sturen brak mijn hart.
Als ik deze man niet zou helpen, dan zou ik nooit iemand kunnen helpen, tenminste niet voor een even goede reden.
Ik gaf de man 500rp, een weekloon. Het is maar 10 euro, maar dat is hier echt veel! Maar het voelde goed. Tot ik wegliep, met de afspraak hem morgen weer te zien. Toen sleog de twijfel toe, ik zag hem praten met de bediening in het restaurant. Het zou toch niet? Ik kon en wilde niet geloven dat ik erin geluisd was. Maar met m’n Istanbul ervaring in m’n achterhoofd knaagde het toch ergens.
Toen ik naar twee uur internetten de straat weer op liep kwam Baldey op me, een en al lach. Al mijn twijfel was in een klap weg. Hij zocht me, hij had een kado! Hij was naar z’n kamer gegaan en iets gezocht wat hij me kon geven.Hij gaf me een overhemd en liet vol trots zien dat er twee borstzakken op zaten, met knopen. Of het wilde dragen en af en toe aan het wilde denken. Een geschenk van een man die niets heeft! Met tranen in m’n ogen (en nu ik het schrijf weer) accepteerde ik zijn kado. Lachend spraken we af de volgende dag weer samen te eten.
Tot over twee weken!Groetjes,
Anne- Mijn reiskaart (Schrijflocatie)
- Mijn fotoalbum


